zaterdag 20 februari 2010

GORDON COOPER Piloot USAF, astronaut NASA

GORDON COOPER
Piloot USAF, astronaut NASA
Getuige in het ‘Disclosure Project’ 1999

Gordon Cooper was één van de oorspronkelijke Mercury Seven astronauten en de laatste Amerikaan die alleen in de ruimte vloog. In zijn getuigenis verhaalt hij hoe hij UFO’s gadesloeg die in dezelfde formatie door het Duitse luchtruim vlogen als zijn gevechtseenheid. Deze UFO’s haalden manoeuvres uit die niet door conventionele gevechtsvliegtuigen konden worden gedaan. Hij had het idee dat ze wel onder intelligente controle moesten staan en met elkaar communiceerden om de soort manoeuvres die ze uitvoerden voor elkaar te krijgen. Bij een andere gelegenheid, tijdens het filmen van precisielandingen van conventionele vliegtuigen, vloog een schotel over hen heen en landde een eindje bij hen vandaan op de bodem van een droge meerbedding. Het gehele incident werd gefilmd, inclusief gedetailleerde close-ups. De film werd naar Washington gestuurd en kwam nooit meer terug.

Gordon Cooper: Deze objecten (UFO’s) vlogen in dezelfde formatie als wij in onze gevechtsvliegtuigen deden als we boven Duitsland vlogen. Wij vlogen in F-86’s. Zij kwamen over en deden dezelfde manoeuvres als wij deden behalve dat zo af en toe één van hen: zip, een manoeuvre maakte die je met een conventioneel vliegtuig niet kunt maken.

Het begon toen onze weerman een weerballon volgde en deze objecten met zijn verrekijker zag. Daarop kwamen meer mensen naar buiten om er naar te kijken en er werd besloten een paar vliegtuigen de lucht in te sturen om te kijken wat het waren. Maar we konden niet in de buurt komen. Ze waren hoger en sneller, dus we konden niet vaststellen of ze nu heel groot waren en ver weg vlogen of kleiner en dichtbij. Het was moeilijk om hun werkelijke grootte vast te stellen.

(Gordon Cooper en de anderen wisten hoe weerballonnen eruit zagen en deze UFO’s waren geen ‘weerballonnen’, zoals de absurde verklaring van de overheid al meer dan 50 jaar luidt. S.G.)

James Fox: Vlogen ze in formatie?

Gordon Cooper: Ze vlogen absoluut in formatie.

James Fox: In welk jaar was dat?

Gordon Cooper: In 1951.

James Fox: Heb je het idee dat de Russen in die tijd over dergelijke technologie beschikten?

vrijdag 19 februari 2010

JAMES KOPF In dienst van de Amerikaanse marine en werknemer bij NSA (National Security Agency)

JAMES KOPF
In dienst van de Amerikaanse marine
en werknemer bij NSA (National Security Agency)
Getuige in het ‘Disclosure Project’ oktober 2000

James Kopf kwam in 1969 bij de marine en werkte een tijd bij de afdeling communicatiesystemen op het enorme vliegkampschip de USS JFK (John F. Kennedy), welke in die tijd nucleaire wapens aan boord had. Hij werkte daarna van 1980 tot 1997 voor de (NSA) Nationale Staatsveiligheidsdienst. In zijn getuigenis vertelt hij hoe in de zomer van 1979 plotseling alle elektronische apparatuur en communicatiesystemen aan boord de USS JFK uitvielen toen er boven het dek van het vliegkampschip een reusachtige, gloeiende, oranjegele UFO zweefde. Hijzelf evenals een aantal anderen zag persoonlijk deze pulserende UFO. Alle acht de telexapparaten begonnen willekeurige tekst uit te printen en het schip ging meteen gedurende de volgende twee uur op commandopostalarm. (Alarm waarbij iedereen aan boord op zijn post moet blijven.) Een radaroperator en ook vriend van hem, vertelde dat de radarschermen opgloeiden en toen zwart werden, daarna detecteerden ze niets meer.

Een aantal dagen na het incident verscheen de commandant en de leidinggevend officier op het gesloten televisiecircuit dat in het gehele schip was te ontvangen en herinnerde de bemanning eraan dat bepaalde incidenten die plaats hadden gevonden aan boord van het schip aan geheimhouding waren gebonden en met niemand mochten worden besproken. Toen het schip uiteindelijk in Norfolk, Virginia terugkeerde, arriveerden er daar een aantal mannen in nette burgerpakken om verscheidene bemanningsleden te ondervragen.

James Kopf: In april 1969 kwam ik bij de marine en doorliep de Radio A school in Bainbridge, Maryland. Daarna monsterde ik aan op het vliegkampschip de USS John F. Kennedy, dat reeds was ingezet in het Middellandse-Zeegebied. Ik werkte een paar jaar aan boord op de afdeling communicatiesystemen en daarna verhuisde ik naar de navigatieafdeling waar ik samenwerkte met de kwartiermeesters. Ik deed het administratieve werk voor de navigatieofficier. Daarna werd ik overgeplaatst naar Commander Fighter Wing 1, Naval Air Station Oceania in Virginia Beach, Virginia.

donderdag 18 februari 2010

KOLONEL PHILIP J. CORSO SR. US ARMY Getuige in het ‘Disclosure Project’

KOLONEL PHILIP J. CORSO SR. US ARMY
Getuige in het ‘Disclosure Project’
Onze dank gaat uit naar James Fox voor het delen van deze getuigenis


Kolonel Philip J. Corso, Sr. was een inlichtingenofficier in het leger en diende bij de National Security Council van president Eisenhower. Na zijn 21-jarige militaire carrière diende hij als een militaire analist. Kolonel Corso zag persoonlijk overleden buitenaardsen van de Roswell-crash die plaatsvond in 1947 en een UFO-vaartuig op een luchtmachtbasis. Hij heeft ook UFO’s op radar gezien die met een snelheid van 4000 mijl per uur vlogen. Toen hij op R&D (onderzoek en ontwikkeling) werkte, werden hem materialen gegeven afkomstig van buitenaardse technologie die vergaard waren na diverse crashes. Zijn taak was om deze technologie (ongemerkt) in de industrie te verwerken door die te vertellen dat het afkomstig was van buitenlandse bronnen.

Kolonel Philip J. Corso, Sr.: Deze buitenaardsen zijn een andere intelligentie, ze zijn ons ver vooruit en zij hebben dat om een simpele reden bewezen – zij kunnen door de ruimte reizen en wij niet. Zo simpel is het. Hoe krijg je dat voor elkaar? Daar weten wij niets vanaf, dus moeten we beginnen bij wat we wel weten. Het kleine beetje wat we weten is de grootste gift die ze ons gegeven hebben – de buitenaardsen, niet de hardware.

Het voertuig dat ik zag was op één van de luchtmachtbases. Ik ga niet vertellen welke het was, maar het was daar en dat is het. Daar ga ik niet dieper op in. Ik had een hoop informatie over wat er binnenin het voertuig zat en ik zou er niets meer door te weten komen als ik erin zou stappen, dus dat heb ik ook niet gedaan. Ik had tekeningen over hoe het er allemaal uitzag, ik had alles wat daarin zat. Echt waar, het zou enkel uit nieuwsgierigheid zijn als ik er toch in zou stappen en in die dagen had ik geen tijd voor een dergelijke nieuwsgierigheid.

woensdag 17 februari 2010

JOHN CALLAHAN Afdelingshoofd FAA Getuige in het ‘Disclosure Project’ oktober 2000

JOHN CALLAHAN
Afdelingshoofd FAA
Getuige in het ‘Disclosure Project’ oktober 2000

Gedurende 6 jaar was John Callahan het afdelingshoofd van de tak ‘Ongelukken en Onderzoek’ van de FAA in Washington DC. In zijn getuigenis vertelt hij over een Boeing 747 van Japan Airlines die in 1986 gedurende 31 minuten in het luchtruim van Alaska werd gevolgd door een UFO. Deze UFO volgde ook een vlucht van United Airlines totdat deze landde. Er was zowel visuele bevestiging alsook bevestiging van grond- en luchtradar. Dit voorval was voor de directeur van de FAA, toentertijd admiraal Engen, belangrijk genoeg om, nadat hij op de hoogte was gebracht van het incident, de volgende dag een bijeenkomst te organiseren waarbij de FBI, CIA, de wetenschappelijke staf van president Ronald Reagan, en anderen aanwezig waren. Het radarbewijs op video, de gesprekken van de luchtverkeersleiding en papieren rapportages werden verzameld en gepresenteerd. Tijdens de afronding van de bijeenkomst instrueerden de aanwezige CIA leden de andere aanwezigen dat: “Deze bijeenkomst nooit had plaatsgevonden en dat het incident nooit was opgetekend en vastgelegd.” Zij realiseerden zich echter niet dat er ook nog aanvullend bewijs was, zij confisqueerden alleen het bewijs dat op de bijeenkomst aanwezig was. John Callahan was in staat bewijs van het incident, oa. video en audiotape, veilig te stellen.

John Callahan: Ik was afdelingshoofd van de tak ‘Ongelukken en Onderzoek’ van de FAA in Washington DC. Ik was dat gedurende 6 jaar en ging toen met pensioen.

dinsdag 16 februari 2010

GETUIGENIS VAN “DR. B.” Getuige in het Disclosure Project december 2000

GETUIGENIS VAN “DR. B.”
Getuige in het Disclosure Project december 2000

‘Dr. B.’ (update december 2006: zijn werkelijke identiteit is inmiddels bekend, het is Dr. Fred Bell) is een wetenschapper en een ingenieur die bijna heel zijn leven heeft gewerkt aan zeer geheime projecten. I.v.m. zijn persoonlijke veiligheid kan zijn echte identiteit nog niet worden gepubliceerd. In de loop van de jaren heeft hij direct gewerkt aan, of was betrokken bij projecten die te maken hebben met antizwaartekracht, chemische oorlogvoering, beveiligde telemetrie en communicatie, in de ruimte geplaatste uiterst hoge energie lasersystemen en elektromagnetische pulstechnologie. ‘Dr. B.’ heeft directe kennis van het feit dat bepaalde machtsgroeperingen deze in de ruimte geplaatste systemen hebben gebruikt om, en met succes, buitenaardse ruimtevaartuigen met hun inzittenden neer te schieten. Hij heeft persoonlijk bij minstens één gelegenheid een buitenaards ruimtevaartuig gezien.

Dr. B.: Ik ben in 1943 geboren. Norman Miller bracht me ter wereld en ik werd een project van MK Ultra, en zo is het allemaal begonnen. Mijn vader heeft gewerkt met Henry Ford en hij werd een wereldberoemd wetenschapper. Hij heeft ook nog samenwerkt met Howard Hughes. Dus, zoals Trump zou zeggen, kwam ik als geluksvogel uit de spermabank van de wetenschapsclub. Als kind was ik hiermee al omringd. In veel van dit soort situaties, waarbij er kinderen waren van prominente ouders, waren er DNA-studies aan de gang, (die pas echt in Vietnam naar boven kwamen, maar dat is een ander verhaal en dat was één van de redenen waarom de oorlog werd uitgebreid). Maar hoe dan ook, zij hielden mij in de gaten. En wat zeker was, ik had wetenschappelijke capaciteiten. Dus, op de leeftijd van 9 jaar werkte ik in Ann Arbor, Michigan al aan wetenschapsprojecten van de universiteit. Ik verliet Michigan toen ik 15 jaar oud was. Toen werd ik benaderd door de Overheid en zij wilden mij bij de Luchtmacht hebben. Toen ik vijftien jaar was vulde ik al het hiervoor benodigde papierwerk in om te gaan dienen bij de Luchtmacht. En toen kwam de Overheid in actie en zij veranderden mijn naam. Ik was B. B. en zij veranderden het in F. B.

zondag 14 februari 2010

DONNA HARE voormalig contractant bij de NASA Getuige in het ‘Disclosure Project’ november 2000

DONNA HARE voormalig contractant bij de NASA
Getuige in het ‘Disclosure Project’ november 2000

Donna Hare had een secret clearance toen ze voor het contractbedrijf Philco Ford bij de NASA werkte. Zij getuigt dat haar een foto werd getoond waarop een onmiskenbare afbeelding van een UFO stond. Haar collega verklaarde dat het zijn werk was om met een retoucheerspuit dergelijk bewijs van UFO’s op de foto’s weg te werken voordat die werden vrijgegeven voor het publiek. Ze hoorde ook informatie van andere werknemers bij het Johnson Space Center dat enkele astronauten buitenaardse voertuigen hadden gezien en dat zij, toen ze daar over wilden spreken, bedreigd werden.

Donna Hare: Mijn naam is Donna Hare. Gedurende 1970 en ’71 werkte ik voor het bedrijf Philco Ford in gebouw 8 van de NASA. Dat bedrijf veranderde haar naam regelmatig. Gedurende de jaren werkte ik in het fotolab op diverse locaties in het bedrijf en ook daarbuiten.

Gedurende 1970, ik weet de exacte datum niet meer, liep ik het fotolab binnen, in één van de vertrouwelijke afdelingen, ik had een bevoegdheid daarvoor. Ik liep dat vertrouwelijke fotolab binnen, wat niet van mijn bedrijf was, het was een lab van NASA. Daar ontwikkelden ze de film van de maan- en satellietfoto’s, alles wat door NASA werd gemaakt. Eén van de heren waarmee ik bevriend was en waarmee ik zo af en toe nog contact heb, wees mij op een bepaald deel van een mozaïek. Het was een paneel met een mozaïek van foto’s die een groter plaatje lieten zien. Ik denk dat het satellietfoto’s waren, maar daar ben ik niet zeker van. Ze keken vanuit de lucht naar beneden en het was werkelijk interessant. Mijn vriend vertelde erover en toen, met een lach op zijn gezicht, zei hij: “Kijk hier eens naar.” En ik keek. In één van de foto’s zag ik een ronde, witte stip. En het was zeer helder, zeer scherp omlijnd. Ik vroeg aan hem wat het was. ‘Is het een vlek in de emulsie?’ Toen grinnikte hij en zei dat vlekken in de emulsie geen ronde schaduwen op de grond nalieten. En er was werkelijk een ronde schaduw onder de juiste hoek, zoals de zon op de bomen scheen.

zaterdag 13 februari 2010

DISCLOSURE... Military, Government Witnesses Provide Testimony on UFO/Extraterrestrial Presence; Congressional Legislation Sought By Graham Birdsall

DISCLOSURE...
Military, Government Witnesses Provide Testimony on UFO/Extraterrestrial Presence; Congressional Legislation Sought
By Graham Birdsall
Overgenomen en vertaald uit UFO Magazine juli 2001 door Paul Harmans.

OPENBAREN...


Militairen en overheidsgetuigen leggen verklaringen af over de aanwezigheid van UFO’s/buitenaardsen en willen hoorzittingen en openbaring van de regering.

Op woensdag 9 mei 2001 kwamen ongeveer twintig UFO-getuigen naar de National Press Club in Washington DC. Deze getuigen zijn of waren werkzaam bij diverse legeronderdelen, de inlichtingendiensten, de overheid, de ruimtevaart en in de wetenschap. Zij boden zich aan om de waarheid over het bestaan van UFO’s (buitenaardse voertuigen) en buitenaardse levensvormen te bevestigen.

“Het belang van deze uit de eerste hand komende verklaringen, ondersteunt met documenten van de overheid en ander bewijsmateriaal, zal zonder enige twijfel het bestaan van dit fenomeen bevestigen,” aldus Dr. Steven Greer, directeur van het Disclosure Project en gastheer van het evenement.

Voornaamste doelstellingen van het Disclosure Project.
Het Disclosure Project, een niet gesubsidieerde onderzoeksorganisatie, roept de regering op tot het houden van openbare hoorzittingen betreffende de aanwezigheid van UFO’s/buitenaardsen en voor wetgeving die de op de ruimte gebaseerde wapens verbied.
De conclusie is dat de getuigenverklaringen, opgenomen in het Disclosure Document, niet minder dan uitstekend te noemen zijn en volgens elke maatstaf een monumentale taak om tot stand te brengen.


vrijdag 12 februari 2010

DAVID HAMILTON Getuige in het ‘Disclosure Project’ december 2000

DAVID HAMILTON
Getuige in het ‘Disclosure Project’ december 2000

David Hamilton werkt voor het Amerikaanse Ministerie van Energie op het gebied van een nieuwe generatie energiesystemen. Hij legt uit dat we al bijna de helft van ’s werelds fossiele olievoorraden hebben opgebruikt, net nu Azië en China een industriële revolutie ondergaan en zich positioneren als nog grotere energieverslinders van deze olie dan de ‘eerste wereld landen’ al zijn. Om de huidige aardse crisis in milieuvervuiling, wereldwijde opwarming, enz. te temperen en tevens een vooruitstrevende en stevige technologische samenleving te behouden, moeten we technologieën ontwikkelen die niet meer passen in het oude model.

David Hamilton: Ik ben David Hamilton van het Ministerie van Energie. Mijn achtergrond ligt in nucleaire energie, brandstofcel systemen en elektrische energiesystemen. Voor het Ministerie van Energie focus ik mij hoofdzakelijk op een nieuwe generatie energiesystemen.

We hebben een wereld ontwikkeld die helemaal afhankelijk is geworden van olie en die olievoorraden worden nu steeds schaarser. Als we kijken naar de olieproductie, dan zijn we nooit eerder in de situatie als nu geraakt waar de productie en de vraag elkaar kruisen, maar binnen ongeveer een jaar of tien zullen we zien dat er een conflict ontstaat tussen vraag en aanbod, en dat betekent dat we dan echt productie-gelimiteerd gaan worden. Het andere wat daarmee verbonden is en wat we pas nog hebben gezien, is de recessie in Azië welke wereldwijd een ‘kleine recessie’ veroorzaakte. We hadden daar zelf niet zoveel last van, maar nu Azië weer uit dat dal klautert, gaan meteen de olieprijzen weer omhoog, omdat de vraag omhoog gaat. En we zullen zien dat het steeds slechter gaat worden, ik heb wat grafieken die dat laten zien.

donderdag 11 februari 2010

CLIFFORD STONE Sergeant in het Amerikaanse leger

CLIFFORD STONE
Sergeant in het Amerikaanse leger
Getuige in het ‘Disclosure Project’ september 2000

Woord vooraf van ufowijzer

Clifford Stone is door de gedreven sceptici ‘vakkundig’ in een kwaad daglicht gesteld. Men heeft alle mogelijke sceptische tactieken uit de kast gehaald om een grondige en complete karaktermoord op de man te plegen. Volgens mijn overtuiging was het dus van het grootste belang om de getuigenis van Stone te vertalen, want wie door de gedreven sceptici de kop wordt afgehakt, heeft iets zeer bijzonders te vertellen en dat blijkt ook wel als je onderstaande getuigenis leest. Ik heb Stone zijn verhaal op de Disclosure-DVD zien en horen vertellen en ik kan geen enkele psychische stoornis terug vinden waar hij volgens de ‘kenners’, zoals Philip Klass en de heren van Skepsis, last van zou hebben. Op mij komt Stone over als een zeer intelligente man die het vertikt om zich aan de opgelegde geheimhouding van zijn vroegere bazen te houden, een soort positieve durf waaraan het juist de sceptici ontbreekt.

woensdag 10 februari 2010

Carol Rosin - Disclosure Project / Gepubliceerd op 24 okt. 2007 / geplaatst 10 september 2017

Carol Rosin - Disclosure Project
Gepubliceerd op 24 okt. 2007

Een opzienbarende getuigenis van dr. Carol Rosin tijdens de persconferentie van het Disclosure Project op 9 mei 2001 o.l.v. dr. Steven Greer. Hier verklaart zij wat Wernher von Braun haar allemaal over te plaatsen ruimtewapensystemen vertelde, die ons zouden moeten beschermen tegen allerhande vijanden, waaronder als laatste een buitenaardse dreiging. En dat alles gebaseerd op grote leugens

Video: Nederlands ondertiteld


zondag 7 februari 2010

LANCERING IN VOORBEREIDING! Uittreksel boek: UFO's EN NUKES: buitengewone ontmoetingen op kernwapenwerven

LANCERING IN VOORBEREIDING!
Uittreksel boek: UFO's EN NUKES: buitengewone ontmoetingen op kernwapenwerven
Door: Robert L. Hastings
© Copyright 2008 Robert L. Hastings. Alle rechten voorbehouden

Van alle interviews die ik gedurende de laatste 30 jaar met voormalige of gepensioneerde ICBM lanceerofficieren heb gedaan, was dit misschien wel de meest verontrustende. Volgens deze bron, David H. Schuur, had een UFO kennelijk de lanceerprocedure bij zijn meeste Minuteman raketten geactiveerd.

In augustus 2007 vertelde Schuur mij: “Ik zag je vraag naar informatie in de (juni 2007) Association of Air Force Missileers Newsletter. Ik was in het midden van de jaren ’60 betrokken bij een UFO-incident op de Minot luchtmachtbasis. Ik las ook je eerdere artikel (in de september 2002 AAFM Newsletter), maar ik aarzelde toen om te reageren.” Ik vroeg Schuur waarom hij aarzelde. Hij reageerde met: “Nou ja, ons was toentertijd in feite verteld dat het geheime informatie was en, je weet wel, het is niet gebeurd en praat er niet over. Ik denk dat ik nog steeds met dat idee in mijn hoofd zat toen ik je eerste artikel las.”

Schuur had onmiskenbaar zijn mening herzien. Hij ging verder met: “Anyway, Ik was van december 1963 tot en met november 1967 een Minuteman raketteamlid in de 455ste/91ste Strategische Raket Eenheid op Minot. Ik was een 1ste luitenant gedurende die periode en de plaatsvervangend commandant die nacht. Omdat het incident zich zo’n 40 jaar geleden voordeed, zijn mijn herinneringen een beetje vaag, maar gebaseerd op wie mijn commandant was in die tijd, denk ik dat het zich voordeed tussen juli 1965 en juli 1967.”

zaterdag 6 februari 2010

'ALS EEN DIAMANT IN DE LUCHT' Uittreksel boek UFOs and Nukes geschreven door Robert Hastings

'ALS EEN DIAMANT IN DE LUCHT'
Uittreksel boek UFOs and Nukes geschreven door Robert Hastings



Het volgende verslag is buitengewoon. De bron is zeer betrouwbaar en de betekenis van het incident vanzelfsprekend. Eenvoudig gezegd, dit geval valt onder de meest fascinerende zaken die ik gedurende mijn tientallen jaren van onderzoek naar UFO-waarnemingen waarbij kernwapens zijn betrokken ben tegengekomen. Het begon met een e-mail:

Van: John Mills
Aan: Robert Hastings
Verzonden: Zondag 5 maart 2006 4:26 AM
Onderwerp: UFO-waarnemingen op ICBM locaties en WSA's

Mr. Hastings,


Omdat ik nu gepensioneerd ben en niet langer gebonden ben aan de Nationale Veiligheidseis van 10 jaar zwijgzaamheid, kan ik u nu vertellen dat ik vele onverklaarbare fenomenen heb gezien en gehoord op het gebied van de kernraketten. Ik was in de late jaren ’70 gestationeerd op luchtmachtbasis Ellsworth, South Dakota, in de eerste jaren van ’80 op luchtmachtbasis Vandenberg, Californië, van midden jaren ’80 tot aan de eerste jaren van 1990 op luchtmachtbasis Grand Forks, North Dakota en daarna op de luchtmachtbasis Malmstrom, Montana. Ik heb meer dan 11 jaar doorgebracht op het gebied van het actuele raketwerk, totdat ik werd gepromoveerd naar een bureaubaan.

Als u gegevens kunt vinden, kijk dan naar de winterperiode van 1979 van vlucht Delta op luchtmachtbasis Ellsworth. Als u meer details wilt hebben dan kunnen we mogelijk een persoonlijk gesprek hebben of met elkaar via de telefoon praten. Ik zat op alle locaties van vlucht Echo en op de meeste van vlucht Delta. Ik zat in die tijd op Delta 6.

John Mills

vrijdag 5 februari 2010

LUITENANT WALTER HAUT, US NAVY Getuige in het ‘Disclosure Project’ september 2000

LUITENANT WALTER HAUT, US NAVY
Getuige in het ‘Disclosure Project’ september 2000

Eerste luitenant Haut was de publieke informatieofficier van de Roswell Army Airbase in Roswell, New Mexico, toen er nabij Corona een buitenaards toestel crashte. Hij was de persoon die het originele verhaal naar buiten bracht dat er daar een vliegende schotel was gecrasht. Het verhaal werd de volgende dag herroepen.


Walter Haut: Het verhaal dat ik naar buiten bracht was heel simpel. Het was wat kolonel Blanchard zei dat hij in het persbericht wilde hebben. Als een kolonel een luitenant woordelijk vertelt wat hij in een persbericht wil hebben, wat denk je dat hij dan krijgt? Je gaat niet in discussie met hem en zegt dat het misschien wel beter klinkt als we dit of dat zeggen. Het was altijd: “Ja meneer.”



Ralph Steiner: Wat stond er nu in het persbericht?

donderdag 4 februari 2010

PROFESSOR PAUL CZYSZ Getuige in het ‘Disclosure Project’ november 2000

PROFESSOR PAUL CZYSZ
Getuige in het ‘Disclosure Project’ november 2000

Dr. Paul Czysz is een Professor in de Luchtvaarttechniek aan het Parks College in St. Louis. Hij diende 8 jaar bij de luchtmacht op de Wright-Patterson luchtmachtbasis en werkte nog eens 30 jaar bij McDonnell-Douglas op het gebied van exotische technologieën. Tijdens zijn werk op de Wright-Patterson luchtmachtbasis was hij betrokken bij het waarnemen van UFO’s over Missouri, Ohio, en Michigan. Deze UFO’s werden door veel mensen gezien: militairen, lokale politie en burgers en werden geklokt met snelheden van 32.000 km per uur terwijl zij hun ongewone, geluidloze manoeuvres uitvoerden. Dr. Czysz spendeerde meer dan de helft van zijn carrière bij McDonnell-Douglas werkend aan geheime gecompartimentaliseerde projecten en legt getuigenis af over de processen die gebruikt worden bij het in stand houden van de geheimhouding van deze projecten. Hij waarschuwt tegen de menselijke neiging om van iedere nieuwe technologie een wapen te maken, en benadrukt dat onze bewapening in de ruimte niet gericht is tegen de dreiging van aardse terroristen, en dat het idee om deze wapens te gebruiken tegen buitenaardse doelen pure zelfmoord zal zijn.


Professor Paul Czysz: Ik ben afgestudeerd aan het Parks College. Ik begon bij de luchtmacht op de Wright-Patterson luchtmachtbasis en was daar 2 jaar in dienst, plus zes jaar aanvullend om te werken aan onderzoek. Toen ging ik weer terug naar McDonnell-Douglas en bleef daar voor zo’n 30 jaar. Uiteindelijk eindigde ik weer bij het Parks College met een eredoctoraat.

Bij McDonnell-Douglas werkten we veel aan hoge snelheden. Wij werkten aan dingen die vlogen van Mach 3 tot Mach 12, en hadden een aantal vliegtuigen die met Mach 12 de hele wereld rondvlogen. Meestal bouwden wij die.

woensdag 3 februari 2010

PROFESSOR ROBERT JACOBS Getuige in het ‘Disclosure Project’

PROFESSOR ROBERT JACOBS
Getuige in het ‘Disclosure Project’

Professor Robert Jacobs:

Professor Jacobs is een gerespecteerde professor aan een grote universiteit in de Verenigde Staten. In de jaren zestig was hij in dienst van de luchtmacht. Hij was de dienstdoende officier optische instrumenten en zijn werk was het filmen van de proefnemingen van de ballistische raketten die gelanceerd werden vanaf de Vandenberg luchtmachtbasis in Californië. Gedurende een test in 1964 van de eerste raket die ze filmden, legden zij de beelden vast van een UFO die naast de raket meevloog. Hij vertelde dat het leek als twee borden op elkaar met een ronde pingpongbalachtige structuur er bovenop. De film liet zien dat vanuit de balvorm een lichtstraal werd gericht op de raket. Dat gebeurde vier maal uit vier verschillende posities terwijl de raket op een hoogte van zo’n 100 kilometer vloog met een snelheid van 18.000 tot 22.000 kilometer per uur. De raket tuimelde uit de ruimte en de UFO verdween. 

De volgende dag werd hem de film getoond door zijn leidinggevende en werd hem verteld er nooit meer over te praten. Zijn leidinggevende zei: “Als ze er ooit over beginnen, dan zeg je maar dat het laserstralen waren.” Professor Jacobs vond dat maar raar omdat de laser in 1964 nog in het ontwikkelingsstadium zat, maar hij ging akkoord en sprak er meer dan 18 jaar niet over. Jaren later, nadat er een artikel over de film was uitgekomen, begon professor Jacobs in de vroege ochtenduren irriterende telefoontjes te ontvangen. Zijn brievenbus, die voor zijn huis stond, werd zelfs opgeblazen.


dinsdag 2 februari 2010

ROBERT SALAS Kapitein bij de Amerikaanse luchtmacht Getuige in het ‘Disclosure Project’ december 2000

ROBERT SALAS
Kapitein bij de Amerikaanse luchtmacht
Getuige in het ‘Disclosure Project’ december 2000

Kapitein Salas behaalde zijn getuigschrift aan de Air Force Academy en werkte zeven jaar in actieve dienst, van 1964 tot 1971. Hij had ook betrekkingen bij Martin Marietta en Rockwell en was 21 jaar in dienst bij de FAA. Bij de luchtmacht was hij een luchtverkeersleider en een raketlanceringsofficier alsook een technicus aan de Titan 3 raketten. Hij getuigt over een UFO-incident op de morgen van 16 maart 1967 waarbij op twee lanceerinrichtingen 16 atoomraketten tegelijkertijd op non-actief gingen, terwijl de beveiliging UFO’s boven de lanceerinrichtingen waarnam. De beveiligingsmensen konden deze objecten niet identificeren ondanks dat ze ongeveer 10 meter van hen af waren. De luchtmacht startte een uitgebreid onderzoek naar deze incidenten, maar kon geen enkele oorzaak vinden. Tijdens een ondervraging betreffende het incident eiste een officier van de Air Force Office of Special Investigations (AFOSI) hem een geheimhoudingsverklaring te ondertekenen en liet hem weten dat het hem verboden werd om over het voorval te praten, zelfs niet met collega’s of zijn familie. Tijdens de Koude Oorlog werd er door de leiding over kleine technische afwijkingen openlijk gesproken, maar dit incident kwam nooit aan de orde en tot de dag van vandaag denkt kapitein Salas dat dat zeer ongewoon was.


Robert Salas: Mijn naam is Robert Salas en ik behaalde mijn getuigschrift aan de Air Force Academy, waarna ik ongeveer zeveneneenhalf jaar werkte bij de luchtmacht van 1964 tot 1971. Daarna ging ik aan het werk voor Martin Marietta in Denver en toen bij Rockwell International hier in Zuid Californië. In 1974 ging ik voor de FAA werken en dat deed ik gedurende zo’n 21 jaar, ik ging in 1995 met pensioen. Bij de luchtmacht was ik luchtverkeersleider, wij noemden het grondcontrole onderscheppingscontroleur. Daarna werd ik raketlanceringsofficier en daarna technicus aan het voortstuwingssysteem van de Titan 3 raketten.
Het UFO-incident gebeurde op de morgen van 16 maart 1967. Ik was op wacht tezamen met mijn commandant Fred Mywald. Wij waren beiden op wacht op de OSCAR faciliteit dat onderdeel was van de 409e sectie strategische raketten en er waren vijf lanceercontrolefaciliteiten toegewezen aan dat afzonderlijke eskader. Wij waren dus bij Vlucht OSCAR.


maandag 1 februari 2010

EDGAR MITCHELL Piloot USAF, astronaut NASA Getuige in het ‘Disclosure Project’ mei 1998

EDGAR MITCHELL
Piloot USAF, astronaut NASA
Getuige in het ‘Disclosure Project’ mei 1998
(Onze grote dank gaat uit naar James Fox die dit interview met ons wilde delen. S.G.)

In februari van 1971 vloog astronaut Edgar Mitchell mee aan boord van Apollo 14 en werd de zesde man die op de Maan liep. In deze getuigenis bevestigt hij het feit dat we hier op Aarde worden bezocht door buitenaardse wezens en dat er neergestorte toestellen, lichamen en materialen zijn geborgen. Ook spreekt hij van de geheimhouding die zich voor meer dan 50 jaar heeft voorgedaan omtrent dit onderwerp en het gebrek hierbij aan zichtbare controle en overzicht op hoog regeringsniveau. Hij is bezorgd over hoe wij omgaan met onze Aarde en ziet de crisis van een groeiende vervuiling van ons milieu als een realiteit.



Edgar Mitchell: In de literatuur zien we claims van militaire piloten die tijdens hun vluchten ontmoetingen hebben gehad en met behulp van koersbegeleiding jacht maakten op deze ongeïdentificeerde objecten. Er zijn mensen met officiële posities die als taak hadden om zoveel mogelijk te weten te komen van mogelijke buitenaardse bezoeken en daarmee iets te doen, mensen binnen de overheid. Er gebeurt heel veel onder dekking van deze hoge, geheime classificaties die onder militair gezag vallen. Ik denk dat het een behoorlijk duister gebied is wanneer we over dit niveau van activiteit praten. Er zijn bij wijze van spreken een aantal verhalen (als we het hebben over hoe geheimhouding wordt afgedwongen) die behoorlijk afschuwelijk zijn. Ik kan deze niet bevestigen. Ik weet ook niet of deze zonder meer waar zijn. Maar net als in veel andere verhalen, zij maken mensen bang en is dat misschien de reden waarom zo weinig mensen naar voren durven te komen.


In principe gaat mijn interesse uit naar de aard van het universum waarin wij leven? Wat is onze relatie met die grote realiteit? Als UFO’s deel uitmaken van die grote realiteit en wij ontkennen dat, dan is dat voor mij onaanvaardbaar. Dat is niet de manier zoals ik leef. Ik ging de ruimte in om te leren over het universum waarin wij leven, om nieuwe inzichten te krijgen en om voorbij de grenzen te gaan van het ons bekende bestaan. En als deze fenomenen echte indicaties zijn van nieuwe informatie over de kosmos in zijn geheel, en van intelligent leven in de kosmos, en ons vermogen om in de kosmos te reizen, dan hebben wij de verplichting om het tot op de bodem uit te zoeken. Het is alleen maar mijn nieuwsgierigheid die mij daartoe drijft.