vrijdag 19 februari 2010

JAMES KOPF In dienst van de Amerikaanse marine en werknemer bij NSA (National Security Agency)

JAMES KOPF
In dienst van de Amerikaanse marine
en werknemer bij NSA (National Security Agency)
Getuige in het ‘Disclosure Project’ oktober 2000

James Kopf kwam in 1969 bij de marine en werkte een tijd bij de afdeling communicatiesystemen op het enorme vliegkampschip de USS JFK (John F. Kennedy), welke in die tijd nucleaire wapens aan boord had. Hij werkte daarna van 1980 tot 1997 voor de (NSA) Nationale Staatsveiligheidsdienst. In zijn getuigenis vertelt hij hoe in de zomer van 1979 plotseling alle elektronische apparatuur en communicatiesystemen aan boord de USS JFK uitvielen toen er boven het dek van het vliegkampschip een reusachtige, gloeiende, oranjegele UFO zweefde. Hijzelf evenals een aantal anderen zag persoonlijk deze pulserende UFO. Alle acht de telexapparaten begonnen willekeurige tekst uit te printen en het schip ging meteen gedurende de volgende twee uur op commandopostalarm. (Alarm waarbij iedereen aan boord op zijn post moet blijven.) Een radaroperator en ook vriend van hem, vertelde dat de radarschermen opgloeiden en toen zwart werden, daarna detecteerden ze niets meer.

Een aantal dagen na het incident verscheen de commandant en de leidinggevend officier op het gesloten televisiecircuit dat in het gehele schip was te ontvangen en herinnerde de bemanning eraan dat bepaalde incidenten die plaats hadden gevonden aan boord van het schip aan geheimhouding waren gebonden en met niemand mochten worden besproken. Toen het schip uiteindelijk in Norfolk, Virginia terugkeerde, arriveerden er daar een aantal mannen in nette burgerpakken om verscheidene bemanningsleden te ondervragen.

James Kopf: In april 1969 kwam ik bij de marine en doorliep de Radio A school in Bainbridge, Maryland. Daarna monsterde ik aan op het vliegkampschip de USS John F. Kennedy, dat reeds was ingezet in het Middellandse-Zeegebied. Ik werkte een paar jaar aan boord op de afdeling communicatiesystemen en daarna verhuisde ik naar de navigatieafdeling waar ik samenwerkte met de kwartiermeesters. Ik deed het administratieve werk voor de navigatieofficier. Daarna werd ik overgeplaatst naar Commander Fighter Wing 1, Naval Air Station Oceania in Virginia Beach, Virginia.

In 1979 solliciteerde ik voor een baan bij de (NSA) National Security Agency en ik werd in 1980 ingehuurd. Die baan had ik gedurende drie jaar en toen verkaste ik naar de elektronische divisie onder de General Service Administration (GSA) op Ft. Meade, Maryland. In 1986 deed men die hele GSA service van de hand en kwam ik in werkelijke dienst bij het NSA en werkte ik op de voorzieningensectie tot aan mijn opzegging op 13 juni 1997.

Het UFO-incident deed zich voor op de USS John F. Kennedy. Ik ben niet zeker van de juiste datum. Het was in de zomer van 1971 en zeer waarschijnlijk eind juni of begin juli. Ten tijde van het incident werkte ik op de afdeling communicatiesystemen van de Kennedy. Mijn baan was zendoperator, wat betekende dat ik boodschappen verzamelde afkomstig van een aantal telexapparaten die vlootberichten ontvingen van de communicatiestations in de Atlantic.

We bevonden ons in de Zuid Atlantische oceaan. We hadden net een operationele paraatheidoefening in de buurt van Cuba en in de Caribische Zee achter de rug. Dat waren oorlogsspelletjes. Het gehele leger doet van tijd tot tijd deze oefeningen om de vaardigheden hoog te houden. We hadden dus juist deze oefening beëindigd en we maakten ons die avond klaar om richting Norfolk te varen. Ze hadden juist een lange vliegoefening van zo’n 18 uur achter de rug, dus het grootste deel van de bemanning was onderdeks gegaan na een nogal lange werkdag.

Ik was aan het werk in de communicatieruimte en de telexapparaten stonden op crypto. Alle communicatie ging via coderingsapparatuur, dat nogal eens gevoelig voor interferentie was. Dus ik hield goed de binnenkomende boodschappen in de gaten en als ik enige afwijkingen vaststelde, belde ik met de storingsdienst en liet hen hun ontvangers bijstellen zodat die geen storingen veroorzaakten. Deze avond scheurde ik een boodschap van de telex en daarna draaide ik mij weer om, om de telexapparaten te controleren en zag ik iets wat ik nooit eerder had gezien.

Alle acht de telexapparaten begonnen rotzooi te printen. Totaal onsamenhangend. Ik had wel eens één of twee fouten in de boodschappen gezien, maar nog nooit zoiets als dit. Dus ik belde onmiddellijk via de intercom naar de storingsdienst om hen in te lichten dat mijn uitzendingen eruit lagen en zij vertelden mij dat ze het te druk hadden omdat alle communicatie op het gehele schip zojuist was uitgevallen. Dit was nog nooit eerder gebeurd.

We hadden een intercom en een buizenpost die op lucht werkte en die liep tussen de communicatieruimte en de signaalbrug, welke op de bovenste verdieping ligt van de hoge opbouw aan dek van het vliegdekschip. Plotseling hoorden wij een hele opgewonden stem schreeuwen dat: "God er was. Dit is het einde van de wereld,” riep hij. Wij keken elkaar aan en dachten: “Dat is vreemd. Wat is er in ‘s hemelsnaam aan de hand?” Een paar seconden gingen voorbij en toen hoorden we een meer beheerste stem. Deze persoon zei dat er iets boven het schip zweefde. Ik keek naar mijn vriend die mijn scheepsmaatje was en hij keek mij aan en wij besloten om te gaan kijken wat er aan de hand was. Wij verlieten snel de communicatieruimte en gingen naar het gangboord aan bakboordzijde van het schip, op de rand van het vliegdek en wij zagen een grote gloeiende bol boven het schip hangen.

Het was moeilijk om te bepalen hoe groot het was, omdat er geen perspectief was. Het was laat in de avond. De zon was ondergegaan, en het was schemerig, maar het was reusachtig. Ik zou zeggen zoiets tussen 100 of 130 meter en 500 meter, het hing er vanaf hoe hoog het stond. Als het hoog stond dan was het gigantisch. Het gloeide pulserend met een geel en oranjeachtige kleur. Ik kon geen andere details zien dan een stralend rond object. Toen ging het algemene alarm op het schip af en moesten we terug naar onze wachtplaats of commandopost. We bleven ongeveer gedurende twee uur op commandopostalarm.

Nadat we terug waren in de communicatieruimte duurde het een paar minuten eer de berichten weer normaal binnenkwamen. Inkomende berichten waren geen probleem, maar berichten uitzenden werkte niet. Het duurde dus niet zo heel lang dat we zonder communicatie zaten, misschien op zijn hoogst 20 minuten. Ik bleef op mijn wacht totdat die afgelopen was, wat om middernacht was. Daarna praatte ik met enkele van mijn scheepsmaten, waaronder mijn vrienden en met één in het bijzonder, hij werkte in de radarkamer en hij was op wacht gedurende het gehele incident. Hij vertelde mij dat alle radarschermen plotseling ineens fel begonnen te gloeien en daarna zwart werden en uitvielen. Zij konden toen niets meer op radar zien. Wij bleven de hele nacht op om erover te praten.

Wij hoorden dat ook de kompassen op de brug niet meer werkten en dat het radarnavigatiesysteem uit de lucht was gegaan. Ik hoorde van enkele mensen dat de eerste stem die we hoorde gillen ‘dat het het einde van de wereld was,’ in feite afkomstig was van een uitkijk die op wacht stond op de brug. We hoorden dat deze persoon een kalmerend middel had toegediend gekregen want hij was behoorlijk overstuur. We hoorden ook dat de tweede stem van een seiner was die ook op de brug op wacht stond, hij was degene die met meer beheerste stem zei dat er iets boven het schip hing.

Enkele dagen later verscheen de commandant op het gesloten televisiecircuit dat we aan boord hadden. Dit was de enige manier om alle manschappen, zo’n 5000 toe te spreken. Hij (de commandant) keek recht in de camera, en ik zal dit nooit vergeten en hij zei: "Ik wil de hele bemanning er aan herinneren dat zekere gebeurtenissen die plaatsvinden aan boord van een groot marine oorlogsschip, beschouwd moeten worden als geheime informatie en dat hierover met niemand mag worden gesproken.” En dat was alles wat hij zei.

De commandant en de leidinggevend officier waren behoorlijk van hun stuk gedurende het incident, omdat ze geen enkele controle meer hadden. Ze waren zeer kwetsbaar en de controle kwijtraken is volgens mij zeer verontrustend voor iedere militair.

(Zie de getuigenis van Merle Shane McDow betreffende admiraal Trane en hoe hij op het Atlantic Commandocentrum reageerde gedurende een belangrijk UFO-incident. S.G.)

De voortstuwing van het schip bleef gewoon werken. We konden onze koers en snelheid behouden, maar wat ik uit alle verhalen heb begrepen is dat alles wat met elektronica te maken had, weigerde te werken of werkte slecht en dat was inclusief de computersystemen.

Ten tijde van het incident waren er nucleaire wapens aan boord. Dat wisten wij allemaal, maar toen we nog in de Middellandse Zee waren werden we geacht daar niet over te praten.

Ik kreeg een bericht van een voormalige marineman die vertelde dat hij aan boord van een oorlogsschip was dat in de nabijheid lag, en dat zij in die bewuste zomer een object op radar hadden gevolgd. Ik kreeg ook een melding van een man die een opvarende van ons schip was, hij werkte toen aan de computers en hij herinnerde zich dat iemand hem kwam halen om het computersysteem te resetten en hij vroeg daarbij: “Wat is er dan gebeurd?” Ze zeiden dat er een UFO boven het schip had gehangen. Hij lachte er slechts om, omdat hij dacht dat het een grap was. Hij weet het gewoon aan een computercrash en resette het systeem. Het was pas nadat hij mijn verhaal gelezen had dat hij zich dat weer herinnerde en hij vertelde mij: “Ze maakten dus helemaal geen grappen.” Maar al die tijd had hij dat wel gedacht.

De UFO zweefde zo’n vijf minuten of iets minder boven het schip, maar alle storingen als gevolg hiervan duurden meer dan een uur. Daarom bleven wij gedurende twee uur op commandopostalarm. Ik heb het idee dat zij afwachtten of het misschien terugkwam. En tegelijkertijd probeerden zij alle uitgevallen systemen opnieuw te starten en ze weer helemaal operationeel te krijgen.

Er waren geen vliegtuigen in de lucht, die waren allemaal aan boord toen het incident begon. Normaal staan er altijd twee F-4 Phantoms gevechtsgereed voor luchtpatrouille. Maar van wat ik hoorde kregen ze deze niet operationeel. Ze werkten gewoon niet…

Ik heb geen geluid afkomstig van het object gehoord. Het was op dat tijdstip stil op het vliegdek omdat er niet gevlogen werd en er geen vliegtuigmotoren draaiden. Dus het was vrijwel stil, maar wij namen geen enkel geluid waar.

Bij terugkomst in Norfolk kwamen er mannen aan boord om mensen te ondervragen. Ze droegen burgerkleding. God weet waar ze van waren, van welk agentschap. Ik was geen officiële waarnemer, ik werd niet eens geacht buiten een kijkje te nemen, dus ik denk dat niemand wist dat ik het ook gezien had. Maar ik hoorde dat al het personeel dat dienst deed op de brug werd ondervraagd door deze heren in nette pakken en enkele mensen die achter de radar hadden gezeten werden ook ondervraagd.

Wij hadden een organisatie op het schip genaamd IOIC, Integrated Operations Intelligence Communications of zoiets. En ik hoorde dat zij foto’s van dat ding aan het nemen waren gedurende het gehele incident. Ik ben ervan overtuigd dat er mensen zijn in onze regering die er veel meer van afweten dan wij. Ik heb mijn eigen theorieën waarom het verborgen wordt gehouden. Ik denk dat er vele redenen zijn waarom deze informatie verborgen wordt gehouden voor de burgers.

Steven Greer: Wat zouden die zijn?

James Kopf: Zij denken waarschijnlijk dat de meeste mensen niet kunnen omgaan met de wetenschap dat we worden bezocht door buitenaardsen. Ik denk dat zij informatie hebben die een gevaar zijn voor de hele economie van het land. Ik denk dat er apparaten zijn die goedkope energie kunnen produceren zonder vervuiling, maar dat bepaalde corporaties die ontwikkeling willen voorkomen. Dat is waar ik mij het meest aan stoor bij deze geheimhouding. Als ik denk aan al de vervuiling die er is en blijkbaar al jaren onnodig, wat hadden we niet kunnen redden. Dat stoort mij meer dan al het andere.

Ik denk ook dat telkens als het leger zoiets als dit ontdekt, ze het geheim willen houden, omdat ze niet weten wie er wel van op de hoogte is. Er bestaat paranoia in het leger. Ik heb het gezien.

Het is definitief tijd voor een openbaring wat dit betreft. Het is al te lang geheim gehouden. Ik denk dat we het recht hebben om te weten wat het is, of het nu een asteroïde is die op ramkoers ligt met de aarde of een buitenaardse bezoeker. Ik denk dat wij als menselijke wezens het recht hebben te weten wat de toekomst ons brengt. Het is een door God gegeven recht.

(Alweer is dit een significante gebeurtenis waarbij een schip met nucleaire wapens was betrokken, met als resultaat dat de elektronica van het schip werd uitgeschakeld. Zie de overeenkomsten van dit incident met de elektronische uitschakeling van de Minuteman atoomraketten (ICBM’s) op de Malmstrom luchtmachtbasis en andere nucleaire faciliteiten, zoals die worden vermeld in de getuigenissen van kolonel Arneson, kolonel Diedrickson, luitenantkolonel Salas en anderen. S.G.)

Nu de gehele documentatie met foto’s van de originele getuigenis op:

Met toestemming vertaald

Vertaling: Hans Jochems oktober 2005