woensdag 17 februari 2010

JOHN CALLAHAN Afdelingshoofd FAA Getuige in het ‘Disclosure Project’ oktober 2000

JOHN CALLAHAN
Afdelingshoofd FAA
Getuige in het ‘Disclosure Project’ oktober 2000

Gedurende 6 jaar was John Callahan het afdelingshoofd van de tak ‘Ongelukken en Onderzoek’ van de FAA in Washington DC. In zijn getuigenis vertelt hij over een Boeing 747 van Japan Airlines die in 1986 gedurende 31 minuten in het luchtruim van Alaska werd gevolgd door een UFO. Deze UFO volgde ook een vlucht van United Airlines totdat deze landde. Er was zowel visuele bevestiging alsook bevestiging van grond- en luchtradar. Dit voorval was voor de directeur van de FAA, toentertijd admiraal Engen, belangrijk genoeg om, nadat hij op de hoogte was gebracht van het incident, de volgende dag een bijeenkomst te organiseren waarbij de FBI, CIA, de wetenschappelijke staf van president Ronald Reagan, en anderen aanwezig waren. Het radarbewijs op video, de gesprekken van de luchtverkeersleiding en papieren rapportages werden verzameld en gepresenteerd. Tijdens de afronding van de bijeenkomst instrueerden de aanwezige CIA leden de andere aanwezigen dat: “Deze bijeenkomst nooit had plaatsgevonden en dat het incident nooit was opgetekend en vastgelegd.” Zij realiseerden zich echter niet dat er ook nog aanvullend bewijs was, zij confisqueerden alleen het bewijs dat op de bijeenkomst aanwezig was. John Callahan was in staat bewijs van het incident, oa. video en audiotape, veilig te stellen.

John Callahan: Ik was afdelingshoofd van de tak ‘Ongelukken en Onderzoek’ van de FAA in Washington DC. Ik was dat gedurende 6 jaar en ging toen met pensioen.

Dit specifieke incident begon met een telefoontje van één van onze mensen in Alaska. Hij zei: “We hebben hier een probleem. Ik weet niet wat ik de media moet vertellen. Het hele kantoor zit vol media uit Alaska.” Ik vroeg hem wat het probleem was. Hij zei: “Nou ja, het is die UFO.” Ik vroeg hem welke UFO? Hij: “Vorige week hadden we een 747 die hier dwars door het luchtruim, gedurende zo’n 30 minuten, werd achtervolgd door een UFO. We hebben er verder niet veel mee gedaan, maar waarschijnlijk is het voorval toch naar buiten gebracht en nu hebben we al die mensen van de pers hier en wij willen weten wat we hen moeten vertellen.” Omdat ik een oud regeringsemployé was, vertelde ik hem wat je altijd vertelt in zo’n situatie. Ik zei dus dat hij moest zeggen dat het in onderzoek was en dat hij daarna alle gegevens moest verzamelen. Ik wilde alle schijven en tapes die zij hadden en dat die nog diezelfde nacht werden overgevlogen naar het technisch centrum van de FAA in Atlantic City.

Zij belden het leger en vertelden hen dat zij al hun banden wilden hebben. De FAA controleert het gehele luchtruim boven de Verenigde Staten en haar territoria. Het behoort niet toe aan het leger. Het is geen eigendom van de knapen die de raketten afschieten. Het behoort toe aan de regering van de Verenigde Staten en het wordt gecontroleerd door de FAA. Dus ik vertelde hem dat hij de tapes van het leger en al hun gegevens moest hebben en dat naar de FAA sturen. Ze belden een uur of zo later terug en zeiden dat het leger tapes te kort had en dat ze dus de bewuste tapes opnieuw hadden gebruikt, maar het was slechts 12 dagen geleden. Het is echter de bedoeling dat tapes gedurende 15 dagen niet opnieuw worden gebruikt.

De directeur van de FAA stuurde mijn chef, een mededirectielid van de FAA, en mij naar Atlantic City om deze zaken persoonlijk te bekijken en of het iets was waar we ons zorgen over moesten maken. Het kostte ons twee dagen om alle gegevens te bekijken. We wilden dat zij een kamer klaar maakten die net zo was ingericht als die in Anchorage ten tijde van de confrontatie. We wilden dat alle gegevens naar dit radarscherm werden gestuurd, we wilden het net zo zien als de luchtverkeersleider het zag. We wilden ook horen wat hij hoorde en we wilden het allemaal precies samenstellen, de radar, de digitale radar en het geluid.

Enkele mensen die op die locatie werkten en de tapes en dergelijke al hadden bekeken, voelden zich niet helemaal op hun gemak om ons te laten zien wat erop stond. Maar we keken er toch naar.

Toen de luchtverkeersleider zijn collega bij het leger vroeg of hij iets zag, antwoordde de militair: “Ja, ik heb een doel op 1 uur en 8 mijl van de Japanse 747.”

De wijze waarop het allemaal begon is als volgt, een Japanse 747 kwam uit het noordwesten en vloog dwars door het luchtruim van Alaska. Het vloog zowel op 31.000, 33.000 en 35.000 voet hoogte. Het was om ongeveer 11.00 ’s avonds, maar je kunt de exacte tijden controleren. Hij riep en vroeg de luchtverkeersleider of hij enig verkeer had op zijn hoogte. De luchtverkeersleider zei hem dat hij dat niet had. In wezen was het een wacht tijdens middernacht en dus was er niet zo heel veel verkeer. De piloot van de 747 zei vervolgens: “Wel, ik heb hier een doel op een 11 uur of 1 uur positie, zo’n 8 mijl bij mij vandaan.” Een 747 heeft een radar in de neus die het weer daarbuiten oppikt en deze radar detecteerde dus een doel. De piloot zag het doel ook met het blote oog. Het doel was volgens de beschrijving van de piloot een grote bol met lichten die eromheen draaiden. Ik meen dat hij zei dat het wel vier keer groter was dan een 747!

De militaire luchtverkeersleider zei zoiets als: “Ja, ik zie hem (de 747) op zo’n 35 mijl ten noorden van Anchorage. En wie is dat op hun 1 of 11 uurs positie?” De luchtverkeersleider van de FAA antwoordt dat hij geen ander normaal verkeer heeft en vraagt de militaire man of zij iets in de lucht hebben. Deze antwoordt dat het niet van hen is.

ATC (Air Traffic Control) vraagt dus de militaire luchtverkeersleider of zij een toestel in de lucht hebben en hij zegt nee. Al hun verkeer zat aan de westzijde. Hij kwam nog een keer terug en zei: “We hebben geen verkeer daar.” Een aantal malen tijdens deze activiteit hoor je de Japanse piloot zeggen: “Hij is nu op 11 uur, hij is nu op 2 uur, hij is nu op 3 uur.” De UFO sprong rond de 747. En terwijl hij dat zei kwam de militaire man ertussen en zei: “Hij is nu op 2 uur, nu op 3 uur.” Dus hij bevestigde de posities.

De militaire luchtverkeersleider heeft, wat ze noemen, een hoogteradar en zij hebben langeafstands- en korteafstandsradars. Dus als zij het niet op de ene kunnen zien dan zien ze het wel op een ander systeem. En als je luistert naar de militaire man dan hoor je hem zeggen ik heb het op mijn hoogteradar, of op mijn afstandsradar wat aangeeft dat hij een doel op zijn systemen heeft. Dit was gedurende 31 minuten zo. De UFO bleef in één positie of hij volgde de Japanse 747. Na een tijdje veranderden zij de hoogte, maar het bleef bij hen.

Ze droegen hem op een draai van 360 graden te maken. Wanneer je met een 747 een volledige draai wilt maken dan kost je dat een paar minuten en je hebt er een hoop ruimte voor nodig. Maar de UFO bleef bij hem. Hij zat dan weer voor, naast of achter de 747. Zij zagen hem op 1 uur voor de 747 op een afstand van 8 mijl en op de volgende zwaai van de radar, wat ongeveer 10 seconden later is, zat hij achter de 747 op een afstand van 7 of 8 mijl. Het bleef aldoor op een afstand van 7 of 8 mijl.

(Neem notie van de niet lineaire manoeuvres van deze UFO, het afleggen van vele mijlen in slechts 10 seconden. Dit wordt bekrachtigd door tientallen andere radargebeurtenissen in de getuigenissen van andere getuigen. SG)

Toen we dat allemaal achter de rug hadden en we de volgende dag terug waren in Washington, belde de directeur (van de FAA) naar beneden en wilde weten of we nu wel of geen probleem hadden. Mijn chef vertelde hem dat we er een videoband van hadden gemaakt en dat het erop leek dat er iets was geweest daar. Nou ja, de FAA directeur vroeg of we naar boven konden komen en of we hem een snelle vijfminuten samenvatting konden geven van wat er was voorgevallen. Dus gingen wij naar de 10e verdieping (van het hoofdkantoor van de FAA in Washington DC) en gaven een vier of vijf minuten durende briefing aan de directeur, in die tijd was dat admiraal Engen. Hij vroeg vervolgens: “Heb je die video bij je? Kun je mij die video laten zien?” Ik zei ja natuurlijk, we kunnen hem zo afspelen.

Dus wij stopten de band in zijn videorecorder en hij begon ernaar te kijken. Na ongeveer vijf minuten vertelde hij zijn personeel om zijn vergaderingen af te zeggen. Dus hij bekeek alles, iets meer dan een half uur. Toen dat achter de rug was vroeg hij: “Wel, wat denken jullie ervan?” Mijn chef gaf een politiek antwoord en zei dat hij er niet zeker van was wat het was… Zijn aanpak was, vertel niemand erover totdat ik je zeg dat het okay is.

De volgende dag kreeg ik een telefoontje van iemand van de wetenschappelijke staf van president Reagan of van iemand van de CIA, ik weet niet meer zeker wie het was. Zij hadden wat vragen over het incident. Ik zei dat ik niet wist waar hij het over had en dat hij waarschijnlijk de admiraal (FAA directeur Engen) moest spreken. Een paar minuten later belde de admiraal naar beneden en zei dat hij een briefing had opgezet, morgen om 09.00 in de ronde kamer, breng al je spullen mee die je hebt en neem iedereen mee en geef hen wat ze willen, wij willen ervan af. Laat ze doen wat ze willen. Dus bracht ik al de mensen van het technisch centrum bijeen. We hadden allerlei soorten dozen met gegevens die we hadden uitgeprint en het vulde de hele kamer.

Zij kwamen met drie man van de FBI, drie man van de CIA en drie man van de wetenschappelijke staf van President Reagan – ik weet niet wie de rest van de mensen was, maar ze waren allemaal opgewonden. We lieten hen de video zien. Ze hadden allerhande vragen over de frequentie, de snelheid waarmee de antenne draaide, enzovoorts, enzovoorts, hoeveel radars, hoeveel antennes, hoe de gegevens werden verwerkt. Ze waren allemaal opgewonden. Toen ze klaar waren lieten ze werkelijk al die andere kerels zweren dat dit nooit had plaatsgevonden, we hadden nooit deze bijeenkomst gehad en het was niet geregistreerd.

Steven Greer: Wie zei dat?

John Callahan: Dat was één van die knapen van de CIA. Dat zij hier nooit geweest waren en dat dit nooit voorgevallen was. In die tijd zei ik nog, ik weet niet waarom je dat zegt, ik bedoel er was daar toch iets en als het niet de Stealth bommenwerper was, dan weet je toch dat het een UFO was. En als het een UFO is, waarom wil je dan dat het volk er niets van weet? Oh, daar werden ze allemaal weer opgewonden over. Je zou dergelijke woorden niet eens mogen gebruiken en hij zei dat dit de eerste maal was dat ze 30 minuten radargegevens hadden over een UFO. Hun handen jeukten en ze wilden meteen aan de gegevens zitten en uitvinden wat het was en wat er werkelijk gaande is. Hij zei dat als ze het Amerikaanse volk zouden vertellen dat ze daarbuiten op een UFO waren gestuit, het hele land in paniek zou raken. Dus daarom kun je er niet over praten en zij zouden al deze gegevens meenemen. Dus zei ik: “Okay, neem alles mee als dat is wat je wilt.”

Steven Greer: Wie nam de gegevens mee?

John Callahan: Nou ja, die groep. Ik weet niet waar het naartoe ging, maar die groep nam het mee. Maar zij namen alleen mee wat daar in die kamer stond. Ze vroegen mij niet of ik nog meer had. Ze zeiden dat ze al deze gegevens mee zouden nemen en ik zei: “Prima.” Welnu, ik had de originele videoband die ik had opgenomen en ik had de rapportage van de piloot die binnen was gekomen, het eerste rapport. En ik had het FAA’s eerste rapport, dat lag allemaal beneden op mijn bureau. Zij vroegen daar niet om, dus gaf ik hen niet. Later toen ik met pensioen ging lag dat spul nog in mijn kantoor en het ging mee naar mijn huis. En daar is het tot nu toe gebleven.

(Wij hebben al deze materialen gekregen, inclusief de radarvideo, ATC spraaktranscripties, het FAA rapport en de computeruitdraaien van het voorval. SG)

Op het eind van het incident verliet de Japanse 747 het luchtruim en kwam er een United Airlines vlucht aan die ging landen in Anchorage. De luchtverkeersleider vertelde de United dat ze een Japanse vlucht hadden die werd gevolgd door een UFO en of zij de zaak wilden controleren. Kunnen we jullie op die hoogte houden? De United vond dat best en dus lieten ze hem een linkerdraai maken, 20 graden of zo en ze lieten hem op dezelfde hoogte en dirigeerden hem zo naar de Japanse 747. Toen de twee vliegtuigen elkaar passeerden begon het doel (de UFO) de United te volgen en deed dat ook tijdens de afdaling. Toen de United klaar was voor de landing verdween de UFO gewoon.

Toen ze de rapporten las die binnenkwamen, besloot de FAA dat het zichzelf moest beschermen – je kan niet zeggen dat je een doel zag, ondanks dat dat is wat hij zei. Dus ze droegen hem (de verkeersleider) op zijn rapport te veranderen en te zeggen dat het ‘positietekens’ waren, wat klinkt alsof het niet echt een doel was. Dus als dat geen doel is, dan zijn een heleboel andere positietekens (in werkelijkheid de afzonderlijke vliegtuigen) die we van elkaar gescheiden houden (op radar) ook geen doelen. Toen ik dat las dacht ik: “Oh, er is iets verdachts gaande hier, er is iemand bezorgd om het een of ander en die probeert het te verdoezelen.”

Toen de CIA ons vertelde dat dit nooit was voorgevallen en we nooit deze bijeenkomst hadden, geloofde ik dat het was omdat ze het volk niet wilden laten weten dat dit soort dingen voorkwamen. Normaal gesproken zouden we een soort van persbericht laten uitgaan dat dit of dat was gebeurd.

Ik vind het ook mysterieus dat de militaire tapes zijn verdwenen. Het was gewoon niet juist. We gingen van 30 naar 15 dagen (de tijdsperiode dat de radartapes bewaard moesten worden). De eerste indicaties duiden er op dat het lijkt alsof de militairen meer weten dan wij over wie die bezoekers zijn en ze willen niet dat anderen dat ook weten. En natuurlijk is het zo dat de mensen in de lagere rangen ook niet weten wat er in de hogere gelederen gebeurt. Als iemand hen opbelt en zegt dat ze die tapes opnieuw moeten inzetten, dan zullen ze dat doen. Zij geven er niet om.

Toen zij mij vroegen wat ik ervan dacht, vertelde ik hen dat het erop leek dat we een UFO daarboven hadden gehad. De reden waarom het niet (samenhangend) op de FAA tapes stond, is omdat het te groot was voor een vliegtuig en het werd opgepikt als weersomstandigheden en dus registreerden we het niet. (Het systeem is zo geprogrammeerd dat het dergelijk zaken eruit filtert.) De piloot, de Japanse piloot, zag het. Hij maakte er tekeningen van. Uiteindelijk bezorgden ze hem een rottijd vanwege wat hij vertelde. Hij zou zijn land in verlegenheid brengen.
 
(De tragedie van deze JAL 747 piloot is een schrijnende herinnering aan de kracht van het belachelijk maken om dit onderwerp geheim te houden. De piloot werd gedwongen voor langere tijd een kantoorbaan aan te nemen en werd vernederd. Zie hiervoor ook de getuigenis van de voormalige onderzoekswetenschapper van NASA, dr Richard Haines betreffende zijn kennis van het incident en hoe hij de piloot hielp om weer te mogen vliegen. SG)

Onze militaire luchtverkeersleiders zeiden dat ze het gezien hadden. Onze FAA luchtverkeersleiders zeiden dat ze het gezien hadden. Onze FAA verkeersleiders kwamen na een bepaalde tijd terug en zeiden dat ze niet werkelijk een doel hadden gezien, dat ze iets anders hadden gezien en dat klinkt alsof iemand anders hen helpt bij het opstellen van hun rapportages. En dat is verdacht.

Maar wie ga je vertellen dat je betrokken was bij een UFO-incident zonder dat ze je aankijken of je wel goed wijs bent? En dat is de wijze waarop ik denk dat ons land nu reageert. De enige personen die een UFO zien zijn zij die in tv-programma’s worden getoond en dat zijn de landarbeiders op het platteland die ’s nachts op vossen- en krokodillenjacht gaan. Je zal niemand met een klein beetje wijsheid of een professioneel persoon horen zeggen: “Hé, moet je horen wat ik afgelopen nacht heb gezien.” Dat wordt in de Verenigde Staten niet getoond. Dus als je het erover hebt dat je een UFO hebt gezien, dan plaats je jezelf in een soort krankzinnigen categorie. Dat is waarschijnlijk één van de redenen waarom je er niets meer over hoort.

Maar voor zover ik erbij betrokken ben, ik zag op radar een UFO een Japanse 747 achtervolgen, dwars door het luchtruim gedurende meer dan een half uur. En het is sneller dan alles waarvan ik weet heb en dat van onze regering is.

Ik ben betrokken geweest bij een hoop doofpotaffaires binnen de FAA. Toen wij de presentatie gaven aan de staf van Reagan, was ik slechts buitenstaander van de groep die daar was. En toen zij tot de mensen in de kamer spraken, lieten ze hen zweren dat dit nooit voorgevallen was, maar ze hebben mij nooit laten zweren dat het nooit gebeurd is. Het heeft me altijd dwars gezeten dat dergelijke dingen gewoon gebeuren en als je iets op tv ziet of op de radio hoort, het nieuws, dan wordt het gebracht alsof het er niet is. Ik heb een moeilijke tijd doorgemaakt door niets te zeggen.

Het zit mij nog steeds dwars dat ik dit allemaal heb gezien, dat ik het allemaal weet en dat ik rondloop met antwoorden, maar dat niemand mij de vragen stelt om die antwoorden te verkrijgen. Het irriteert mij een klein beetje. Ik heb het idee dat onze regering helemaal niet zo zou moeten werken. Ik denk dat als we zoiets als dit hebben, je daardoor waarschijnlijk beter kunt ontdekken wat er in de wereld gaande is dan door het in de doofpot te stoppen. Als zij (de UFO) zo ver kunnen reizen, die afstand met dat soort machinerie, wie weet wat zij dan wel niet kunnen doen ten bate van de natie, de mensen, het voedsel dat ze hen kunnen geven, de kankers die we kunnen genezen. Zij moeten meer weten dan wij om in staat te zijn om met die snelheden te reizen.

Voor de mensen die zeggen dat als UFO’s bestaan ze dan zeker op een dag op de radar zullen verschijnen en dat er dan professionals zullen zijn die het zien. Tegen dergelijke mensen wil ik zeggen dat reeds in 1986 er al genoeg professionele mensen waren die dat hebben gezien. Het werd gebracht op de hoofdkantoren, het FAA hoofdkantoor in Washington DC. De directeur zag de tape ervan. De mensen die bij de bijeenkomst waren hebben het gezien. Reagan’s wetenschappelijke studieteam, drie van deze professoren, doctors, zij hebben het gezien. Voor zover het mij betreft waren zij degenen die mijn gedachten erover bekrachtigden. Zij waren zeer, zeer opgewonden over de gegevens. Zij hebben gezegd dat het de eerste keer was dat een UFO voor meer dan 30 minuten op radar werd geregistreerd. En zij hebben al die gegevens om naar te kijken.

Welnu, een 30 minuten radaropname vult vele dozen en de dozen die wij in die kamer brachten stonden wel twee- of driehoog. Er was daar een hoop papierwerk om naar te kijken. Zij weten nu de frequentie van die radar. Ze weten hoe snel die draait. Ze weten waar het was. Ze hebben de militairen die het bevestigden. En toch denk ik dat de regering wil dat buitenstaanders over mensen die iets dergelijks hebben gezien, denken dat het mafkezen zijn, dat zij ze niet allemaal op een rijtje hebben. En dat je voor ze moet oppassen. Dat is het beeld dat zij aanwenden. Ik denk dat ik echter helemaal niet geef om dat beeld…

Steven Greer: Kun je je nog de namen herinneren van de CIA mensen en de anderen op die bijeenkomst op het FAA hoofdkantoor?

John Callahan: Toen ik hen mijn visitekaartje gaf zei de man van de CIA: “Weet je, wij zijn hier als company (ze zeiden niet de CIA). En in de company hebben we geen visitekaartjes. We hebben ook geen companykaartjes.” Zij zullen best wel een kaartje hebben, maar dat heeft niets met de ‘company’ te maken. Hij zei dus dat er niets te geven was. In de agenda van de admiraal zal wel staan wie die kamer gereserveerd heeft en wie er tijdens de bijeenkomst zouden zijn.

Wat ik je kan vertellen is wat ik met mijn eigen ogen heb gezien. Ik heb een videotape. Ik heb de gespreksbanden. Ik heb de rapporten die in het archief zaten en die bevestigen wat ik jullie verteld heb. En ik ben iemand die men zou noemen als een hoge regeringsambtenaar binnen de FAA. Ik was afdelingshoofd. Ik zat slechts drie of vier posities beneden de admiraal. Wij onderzochten alle luchtvaartincidenten, alle incidenten.

(Inderdaad, zij die zeggen dat deze objecten niet bestaan, omdat er geen bewijs is op radar en dat dergelijk bewijs dus ook niet is onderzocht door competente professionals, kunnen nu hun woorden terugnemen. Hier presenteert zich een zeer hoge FAA beambte en beweert in het openbaar dat het incident is voorgevallen en dat de CIA en andere regeringsbeambten eisten dat het incident geheim werd gehouden en dat zij tevens het bewijs (tenminste dat dachten zij) confisqueerden. Wij zijn mr. Callahan zeer dankbaar voor het zorgvuldig bewaren van het bewijs van het incident en zijn getoonde moed door naar voren te komen en dat bewijs bekend te maken. SG) Beschikbare audiotapes

Met toestemming vertaald

Vertaling: Paul Harmans maart 2005