donderdag 15 februari 2018

Samenvatting Skycity Challenge Project aarde / September 2017 / Auteur: Hans van Steenbergen (econoom)

Samenvatting
Skycity Challenge
Project aarde
September 2017
Auteur: Hans van Steenbergen (econoom)



1. Inleiding

Dit rapport is een bijdrage voor Skycity Challence 17 (S0259)1. Belangrijke vraag bij deze uitdating is:

Hoe kunnen we met gebruik van grote schaaloplossingen onze planeet mooier maken voor de komende generaties? Hoe kunnen we een ruimte creëren waar alle nationaliteiten kunnen communiceren alsof het een ware collectief is? Misschien kunnen we een progressie van de Verenigde Naties maken - UN 2.0? Hoe kan SkyCity een nieuwe manier creëren voor huisvesting en gemeenschapsbouw dat een positief effect op de wereld heeft? De uitdaging is een nieuwe vorm van steden te bouwen waarbij grote aantallen mensen in de toekomst in verticale gemeenschappen leven. En over de hele wereld de bouw van een uitgebreid netwerk van duurzame coöperaties wordt bevorderd.

Dit rapport is geïnspireerd door de video Project Earth2, het boek ‘Operation survival earth’ uit 1969 en het rapport ‘North-South: a program for survival’ van commissie Brandt 19803 voor de Verenigde Naties. De video geeft een voorbeeld wat we kunnen doen om een duurzame welvarende wereld te maken. Het rapport van commissie Brandt gaat over de noodzaak om onze overleving als een ernstig vraagstuk te zien en een daarmee overeenkomende politiek te voeren. Belangrijk onderdeel van dit rapport is het internationale ontwikkelingsvraagstuk. Zo wordt in dit rapport de noodzaak beklemtoond van een internationaal gecoördineerd beleid om de verhoudingen tussen rijke en arme landen te veranderen en een positief herstructureringsbeleid en werkgelegenheidsprogramma te voeren.


Het boek ‘Operation survival earth’ bevat op het eerste gezicht een leuk science fiction verhaal waarin een groot aantal dingen worden beschreven die nu bijna 50 jaar later werkelijkheid zijn geworden. De Engelse titel van het oorspronkelijk in het Nederlands geschreven boek geeft het beste weer dat in dit boek op een leuke manier een ‘blauwdruk’ voor het maken van een duurzame welvarende wereld wordt beschreven. Wat een variant op het Venusproject4 is waarbij een vorm van geld wordt gebruikt waar het Resource Based Economy systeem zo goed mogelijk mee wordt benaderd.

De Nederlandse titel van het boek is ‘Buitenaardse beschaving’5. Deze titel geeft het beste weer wat de kern van het probleem is waarom het plan wat in dit boek beschreven staat en het plan van commissie Brandt nog niet is uitgevoerd. Namelijk dat de beschavingen die we op aarde hebben tot nu toe blijk gegeven nog niet vergenoeg ontwikkeld te zijn om deze plannen uit te voeren en een duurzame welvarende wereld voor iedereen te maken. De reeks met grote crisissen die we nu in de wereld hebben kunnen we samenvatten tot één overkoepelende crisis, namelijk een beschavingscrisis. De reële behoefte, technologie, grondstoffen, energie, geld, fabrieken etc. om plan ‘Operation survival earth’ uit te kunnen voeren hebben we al. Het enige wat we nog nodig hebben is de politieke wil om het te doen.

De auteur van dit rapport is van mening dat op korte termijn Verenigde Naties en Wereldbank 2.0 opgericht moet worden die plan ‘Operation survival earth’ uitvoeren.
Door op zo kort mogelijke termijn bedrijven zoals bijvoorbeeld de Broad Group opdracht te geven om op hele grote schaal over de hele wereld net zoveel mogelijk zelfvoorzienende woonwijken te bouwen (inclusief een basispakket aan infrastructuur en productiemiddelen om op lokaal niveau in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien) als wat nodig is om het armoedeprobleem voor alle mensen over de hele wereld een museumstuk te maken. Met het schrijven van dit rapport wordt beoogd hier een positieve bijdrage voor te leveren.

In dit rapport wordt met name bekeken hoe we het idee voor de bouw van grote multifunctionele gebouwen kunnen upgraden naar een totaalconcept. Waardoor de kans groter wordt dat de komende jaren grote aantallen steden met grote multifunctionele gebouwen worden gebouwd. In hoofdstuk 2 worden nieuwe vormen van stedenbouw beschreven. In hoofdstuk 3 t/m 6 wordt nader ingegaan op de vraag hoe in de behoefte aan water, voedsel, transport en energie kan worden voorzien. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 en 8 bekeken wat de bouwkosten van de nieuwe steden zijn en hoe de financiering hiervan geregeld kan worden. Voor het invullen van 1 van de 17 ruimtes in het bestaande gebouw van Sky-city wordt hier het idee voor het maken van een botanische-tuin voor het zuiveren van water ingediend (zie hoofdstuk 3).
----------------------------------------------------------------


2. Nieuwe stedenbouw

2.1 Inleiding

Groot deel van de wereldbevolking woont nu zoals in de foto hieronder is te zien.


Bedoeling is dat bij renovatieprojecten en bij bouw van nieuwe steden als uitgangspunt wordt genomen dat steden worden opgebouwd uit een netwerk van zoveel mogelijk coöperatieve zelfvoorzienende woonwijken waarbij elke woonwijk:
  •        Volledig haar eigen energie produceert, water zuivert, afval verzamelt en eventueel ook verwerkt; 
  •          Een filiaal van de Burgerbank heeft (zie paragraaf 8.4); 
  •          Een filiaal van het Centrum voor Werk en Inkomen (Werkplein) heeft;
  •          Eigen kinderopvang, onderwijs, gezondheidszorg en voorzieningen voor ouderen etc. heeft; 
  •          Eigen winkel, kantoor, productie en overige werkruimte heeft en mensen zoveel mogelijk in hun eigen woonwijk werken;
  •          Eigen sport en recreatie faciliteiten, restaurants, zwembad etc. heeft; 
  •          Een eigen speciale leen/huurwinkel heeft waar mensen naast boeken ook overige dingen voor een aantrekkelijke prijs kunnen lenen/huren, zodat mensen dingen die ze bijna nooit gebruiken niet meer zelf kopen;
  •          Lopen, gebruik van de fiets en openbaar vervoer wordt bevorderd;
  •          Een groepsparkeerplaats heeft (geen eigen parkeerplaatsen meer) waar zo snel mogelijk in principe alleen nog maar elektrische deel/huurauto’s worden geparkeerd; 
  •          Direct rondom iedere woonwijk minimaal de norm van de Verenigde Naties van 49 m2 publieke groene recreatieruimte per persoon wordt aangelegd; 
  •         In lijn met het advies van de Verenigde Naties in iedere stad (tussen de woonwijken) ruimte is om voor alle mensen een (strategisch) basispakket aan gezond biologisch voedsel te maken.

Bij een goed ontwerp van steden is het mogelijk om de behoefte aan vervoer ongeveer driekwart te verminderen en de behoefte aan auto’s met 90% te verminderen van wat we nu in Nederland hebben.

Door bestaande en nieuwe lokale gemeenschappen (woonwijken) op alle gebieden zoveel mogelijk zelfvoorzienend te maken kan de belasting van het milieu en de behoefte aan vervoer tot een minimum worden beperkt en de manier waarop we leven voldoende duurzaam/ volhoudbaar worden gemaakt. Door alles zoveel mogelijk op lokaal niveau te doen geven we mensen ook de beste mogelijkheid om daar zelf direct invloed op uit te kunnen oefenen. En hiermee ook de mogelijkheid om direct zelf invloed uit te kunnen oefenen op de lokale economie en werkgelegenheid om in de lokale behoefte te voorzien.

Voor de leesbaarheid van dit rapport worden in de hiernavolgende paragrafen maar 3 ontwerpen voor zoveel mogelijk zelfvoorzienende woonwijken besproken en deels met elkaar vergeleken. Het gaat hierbij niet om de vraag of we deze ontwerpen nu wel of niet mooi vinden en wel of niet letterlijk zo moeten bouwen. Het gaat hierbij met name om op een eenvoudige en duidelijke manier de essentie van de nieuwe manier van stedenbouw aan de lezers van dit rapport over te kunnen brengen.

2.2 Sky-city en Mini Sky-city

Sky-city en Mini Sky-city zijn twee ontwerpen voor de bouw van multifunctionele flatgebouwen van het Chinese bedrijf Broad Group6. Bij deze twee ontwerpen wordt met gebruik van prefab onderdelen die in een fabriek worden gemaakt in een paar weken tot een paar maanden in plaats van jaren wat we nu gewend zijn multifunctionele flatgebouwen voor grote aantallen inwoners gebouwd. Waarbij in het gebouw naast wonen ook ruimte is voor onderwijs, gezondheidszorg, kantoren, winkels, sport en recreatie, productie van een deel van het voedsel wat mensen nodig hebben, parkeerplaatsen voor auto’s en overige opslagruimte. De naam van deze nieuwe manier van stedenbouw is Sky-city7.

De grootste versie van Sky-city is bedoeld voor 30.000 inwoners. Deze versie van Sky-city heeft 202 verdiepingen plus 6 kelderverdiepingen onder de grond en een toren met een lift naar een koffiehuis en een restaurant op het dak. Het gebouw heeft een oppervlakte van 1050.000 m2. Benodigde landoppervlakte voor dit gebouw is 9.000 m2. Dit gebouw kan met 3.000 medewerkers in 6 maanden worden gebouwd. Deze bouwtijd is inclusief het maken van de prefab onderdelen en exclusief de grond en funderingswerkzaamheden. De hoogte van dit gebouw is in totaal 838 meter. De hoogte van dit gebouw maakt het lastig om een stad te vinden die een vergunning voor het bouwen hiervan wil geven.

Op dit moment bestaan al 30 kleinere gebouwen die met deze methode zijn gebouwd. Een goed voorbeeld hiervan is Mini Sky-city. Mini Sky-city8 is bedoeld voor 2.000 inwoners. Naast ruimte voor wonen is in dit gebouw ook ruimte voor kantoren en overige voorzieningen opgenomen. Mini Sky-city heeft 57 verdiepingen plus 2 kelderverdiepingen onder de grond. De hoogte van dit gebouw is 208 meter. Het gebouw heeft een oppervlakte van 180.000 m2. Benodigde landoppervlakte is 3.000 m2. Dit gebouw is met 1.200 medewerkers in 19 dagen op de bouwplaats en nog eens 19 dagen in de fabriek voor het maken van de prefab onderdelen gebouwd. Deze bouwtijd is exclusief de fundering en grondwerkzaamheden.

Zie voor overige gegevens over deze 2 gebouwen informatie wat hierover in bijlage is opgenomen en de site van de Broad  Group


Het bouwsysteem wat bij de 2 hiervoor genoemde gebouwen wordt gebruikt wordt als uitgangspuntgenomen bij het ontwerp die in de hiernavolgende paragraaf wordt besproken.
--------------------------------------------------------

2.3 Groene stad

Het idee voor de bouw van Groene steden wat hier wordt besproken is gebaseerd op het ontwerp watin het boek ‘Opearion survival earth’ in 1969 is beschreven. De tekeningen in dit boek zijn gemaakt door de Rudolf Das 9. In dit rapport zijn 3 tekeningen van hem opgenomen. De grote ronde gebouwen die op deze tekeningen zijn weergegeven kunnen we zien als een moderne variant op een groot aantal ronde gebouwen die in China al een lange tijd bestaan10. De functies van de bestaande en nieuwe versie van deze gebouwen komen in belangrijke mate met elkaar overeen. Het belangrijkste verschil is de grote van de oude en nieuwe gebouwen en het materiaal waar de gebouwen van zijn gemaakt.


De naam Groene stad wat hier wordt gebruikt verwijst niet alleen naar het feit dat de nieuwe manier van stedenbouw duurzaam is maar ook dat bijna de hele oppervlakte van de nieuwe stad bestaat uit grond voor landbouw en stadspark en maar een heel klein deel is gebruikt voor wegen en bebouwing.


-------------------------------------------------------

Het eerste wat bij de linker tekening hierboven opvalt is dat de Groene stad is opgebouwd uit een netwerk van woonwijken. En dat het eten in de stad wordt gemaakt. Dit laatste staat symbool voor de filosofie bij de Groene stad dat de woonwijken zoveel mogelijk zelfvoorzienend zijn en niet alleen eten, maar alles zo dicht mogelijk bij de consument in de woonwijk gemaakt wordt.

Een bevolkingsdichtheid van 5.000 mensen per km2 wat in de tekening links hierboven is te zien en in het hiervoor genoemde boek wordt beschreven komt volgens Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)11 overeen met het gemiddelde aantal mensen wat in Nederland per km2 in een stad woont (zie figuur hierboven). Indien gebruik van grond voor bedrijventerreinen en havengebieden niet wordt meegeteld. Grootste deel van de activiteiten die nu op bedrijventerreinen worden gedaan worden bij de Groene stad in de woonwijken gedaan. Vandaar dat in bovenstaande vergelijk bedrijventerreinen wel zijn meegenomen. Alleen de grote zware industrie en havengebieden worden in de Groene steden niet in de woonwijken gedaan maar op apart hiervoor bestemde terreinen.

De kavels in de Groene stad hebben een oppervlakte van 6 bij 10 kilometer. Op iedere kavel staan 30 grote ronde en 1 groot vierkant gebouw. Ieder rond gebouw is een woonwijk voor 10.000 inwoners. Naast wonen is in deze gebouwen ook ruimte voor onderwijs, gezondheidszorg, kantoren, winkels, sport en recreatie, productie van een deel van het voedsel wat mensen nodig hebben, overige productie, parkeerplaatsen voor auto’s, opslag en distributieruimte. In de vierkante gebouwen zijn de  rechtbanken, universiteiten, ziekenhuizen voor grote zware operaties, binnen skibanen, (Imax)theaters, hotels, congrescentrums en overige activiteiten ondergebracht waarvoor het niet efficiënt is om dit in een woonwijk te doen. Bij deze manier van stedenbouw kunnen op 3 kavels 900.000 mensen worden gehuisvest. Hier is 180 km2 voor nodig. Hier komt nog ruimte voor zware industrie en havengebieden bij. Ter vergelijking, Amsterdam heeft een oppervlakte van 219 km2 en 853.000 inwoners.

Net als bij de meeste grote steden heeft Amsterdam ondanks dat een zeer groot deel van de ruimte in de stad is gebruikt voor vervoer nog steeds veel last van verkeersproblemen. Door de behoefte aan vervoer zoveel mogelijk te beperken (door de stad op te bouwen uit een netwerk van zoveel mogelijk zelfvoorzienende woonwijken) en aanvullend gebruik van huurauto’s en eventueel ook overige vervoersystemen te maken (zie hoofdstuk 5) is bij de Groene stad bijna geen ruimte voor vervoer meer nodig.

In plaats van vervoer is in de Groene stad zoveel mogelijk ruimte gebruikt voor landbouw en stadspark. De landbouwgrond in de stad voorziet samen met voedselproductie in de woonwijken in de behoefte van een basispakket aan voedsel voor de inwoners van de stad. Koffie, wijn, veevoer etc. behoren niet tot het basispakket aan voedsel wat mensen nodig hebben en worden buiten de stad gemaakt. Dit is in lijn met het advies van de Verenigde Naties om voor voedselzekerheid in de stad te zorgen. De laatste jaren zien we dat steeds meer steden dit advies opvolgen en ook voor productie van voedsel in de stad zorgen. Naast grond voor landbouw heeft de Groene stad ook nog 50 m2 stadspark per persoon (internationale minimumnorm voor niet overdekte groene recreatieve ruimte in de stad is 49 m2 per persoon). En daarnaast nog 5 m2 per persoon overdekte binnentuin waar de zwem- en sportfaciliteiten, terrasjes en een botanische tuinen voor het zuiveren van water zijn ondergebracht.

In de Groene stad is ondanks dat de bevolkingsdichtheid even hoog is als in een gemiddelde stad in Nederland het bevolkingsdrukgevoel lager dan nu. Dit komt doordat met de nieuwe manier van inrichten van de stad minder verkeersproblemen zijn. En door gebruik van hoogbouw en grote groene ruimte in de stad mensen een ruimer uitzicht hebben.

De groene ruimte in de stad heeft naast productie van voedsel, schone lucht en hout, ook als doel ruimte voor recreatie en bevorderen van het leefklimaat in de stad. Door gebruik te maken van grote groene ruimte in de stad wordt de Groene stad in de zomer een paar graden minder warm dan andere steden en wordt ook de kwaliteit van de lucht verbetert. Over het algemeen zijn mensen die in minder dicht bevolkte groene gebieden wonen gemoedelijker dan mensen die in dicht bevolkte steden wonen. De grote groene ruimte zorgt hierdoor ook voor dat het mentale klimaat in de stad wordt verbeterd. Een belangrijk bijkomende functie van de grote groene ruimte in de Groene stad is het bevorderen gemeenschapszin en dat mensen zich onderdeel van een woonwijk/ lokale gemeenschap voelen. Dit komt omdat de grote groene ruimte tussen de woonwijken psychologisch een natuurlijke afscheiding van de woonwijken vormt. Terwijl hierbij fysiek geen sprake van een reële ‘barrière’ tussen de woonwijken is. Want de afstand tussen de woonwijken is maar een paar minuten lopen.
----------------------------------------------------------

Omdat de grote vierkante gebouwen maar betrekking hebben op een paar procent van het totale hiervoor liggende plan. En voor wat betreft water, energie, bouwmethode en kosten etc. vergelijkbaar zijn met de grote ronde gebouwen. Wordt hieronder alleen de ronde gebouwen besproken.

De ronde woonwijken zijn bedoeld voor 10.000 inwoners per stuk. De ronde gebouwen hebben 30 verdiepingen plus minimaal 1 kelderverdieping onder de grond. Deze gebouwen zijn exclusief het dak 90 meter hoog en inclusief het dak ongeveer 100 meter hoog. De doorsnede van de ronde gebouwen is 300 meter. De landoppervlakte van de ronde gebouwen is 70.000 m2 waarvan 20.000 m2 is bebouwd.

De rest van de landoppervlakte bestaat uit een overdekte binnentuin van 50.000 m2. De totale oppervlakte van de ronde gebouwen is inclusief de overdekte binnentuin 670.000 m2. Met de bouwmethode van de Broad Group dat in voorgaande paragraaf is besproken kunnen de ronde gebouwen met 3.000 medewerkers in ongeveer 4 maanden worden gebouwd. Deze bouwtijd is inclusief het maken van de prefab onderdelen en exclusief de fundering en grondwerkzaamheden.


Uitgaande van het gemiddeld aantal van 2,5 personen per huishouden in Europa en Japan zijn in deze woonwijken 4.000 woningen nodig. In de ronde gebouwen zijn hiervoor 25 verdiepingen met elk een oppervlakte van 20.000 m2 opgenomen. In totaal is dit 500.000 m2. Dit is 50 m2 per persoon. Iedere verdieping heeft 160 appartementen met gemiddeld een oppervlakte van 115 m2 en daarnaast nog 10 m2 per appartement voor de galerij. Volgens het CBS en Vereniging Eigen Huis komt de hier genoemde grote van de appartementen redelijk overeen met wat de grote van een gemiddelde woning in Nederland nu exclusief ruimte voor de galerij, het trappenhuis, bergruimtes en garages naast de woning is.

Meeste woningen in Nederland en andere Westerse landen staan nu vol met spullen die bijna nooit worden gebruikt. Dit is slecht voor het milieu en is niet duurzaam. Voor het bouwen van bergruimtes wat Nederlandse huishoudens nu gemiddeld in gebruik hebben is in iedere woonwijk ruim 1 verdieping van 20.000 m2 (in de kelder) nodig. In het ontwerp waar in dit rapport vanuit wordt gegaan wordt deze ruimte niet gebouwd. In plaats hiervan wordt iedere woonwijk voorzien van een library of things12. Door geen bergruimtes meer te bouwen gaan mensen eerder spullen wegdoen, lenen of huren.

Volgens het CBS heeft Nederland per woonwijk met 10.000 inwoners 4.800 auto’s die 95% van de tijd ergens geparkeerd staan en maar 5% van de tijd worden gebruikt. De hiervoor benodigde ruimte in een parkeergarage is 120.000 m2 (6 verdiepingen van 20.000 m2 in de kelder). In de Groene stad heeft iedere woonwijk een groepsparkeerplaats en geen individuele parkeerplaatsen meer. En maken mensen met een autohuursysteem samen gebruik 400 auto’s per woonwijk. De hiervoor benodigde ruimte in een parkeergarage is 10.000 m2 (dit is een halve verdieping van 20.000 m2 in de kelder).

Voor berekening van het benodigde aantal auto’s per woonwijk is van het volgende uitgegaan. De omtrek van iedere kavel is 32 kilometer. De maximale reisafstand per kavel is 16 kilometer. Met een snelheid van 50 kilometer per uur is hier 20 minuten voor nodig. In steden met een paar aan elkaar gebouwde kavels en ongeveer een miljoen inwoners is de gemiddelde reistijd per persoon die niet in zijn of haar eigen woonwijk maar ergens anders in de stad werkt ongeveer 20 minuten. Ongeveer de helft van de bevolking werkt. Bij de Groene stad is het de bedoeling dat zoveel mogelijk mensen in hun eigen woonwijk werken. Als een kwart van de werkenden buiten de woonwijk werkt zijn in de ochtend en avondspits 400 auto’s per woonwijk nodig om de behoefte aan woonwerk verkeer in ongeveer 1 uur per keer af te kunnen handelen. Als de helft van de werkenden buiten de woonwijk werkt is hier ongeveer 2 uur per keer voor nodig. Hierbij wordt ervan uit gegaan dat jongeren tot de universiteit bijna alleen maar in hun eigen woonwijk naar school gaan en er ook nog openbaar vervoer beschikbaar is.
-----------------------------------------------------

Voor berekening van de overige ruimtes in de ronde woonwijken wordt hier uitgegaan van gegevens van het CBS en de grootste zakelijke verhuurder in Nederland (DTZ Zadelhoff). Volgens deze bronnen heeft Nederland ongeveer 3 m2 kantoorruimte per persoon. Hiervan staat ongeveer een derde leeg. Na aftrek van leegstand is hier 2 m2 per persoon voor nodig. Voor een woonwijk met 10.000 inwoners is hier 1 verdieping van 20.000 m2 nodig. De hoeveelheid winkelruimte in Nederland is 1,7 m2 per persoon.

Samen met entreeruimte is hier 1 verdieping van 20.000 m2 voor nodig. Voor kinderopvang, onderwijs en gezondheidszorg is ook ongeveer 1 verdieping van 20.000 m2 nodig. Aan productieruimte is in Nederland ongeveer 2 m2 gebouwruimte per persoon beschikbaar. Dit is 1 verdieping van 20.000 m2.

Voor zakelijke opslag en distributie wordt in Nederland ongeveer 1 m2 per persoon aan gebouwruimte gebruikt. Hiervoor is een halve verdieping van 20.000 m2 (in de kelder) voor nodig. De productie en zakelijk opslag en distributie wordt in Nederland nu met name op bedrijventerreinen gedaan. In de Groene stad wordt dit zoveel mogelijk in de woonwijken zelf gedaan. Met gebruik van aquaponics kan voor een deel in de behoefte aan productie van voedsel in de stad worden voorzien. In het ontwerp van de ronde gebouwen wordt hier uitgegaan van 1 verdieping direct onder het dak. Deze verdieping heeft hierdoor met name meer hoogte ruimte dan andere verdiepingen. Met gebruik van aquaponics kan hier ongeveer 1.500 ton groente, fruit en vis per jaar worden gemaakt. Dit is ongeveer 150 kg per persoon per jaar (zie hoofdstuk 4).

Naast het bebouwde gedeelte hebben de ronde woonwijken ook nog een groot eventueel overdekte binnentuin. De belangrijkste functie van de binnentuin is ontmoetingsplaats voor de bewoners van de woonwijk en het bevorderen van sociale interactie tussen de bewoners. De binnentuin heeft een oppervlakte van 50.000 m2. Dit is 5 m2 per persoon en is ongeveer 3 keer zo groot als het overdekte gedeelte van de dierentuin Burgers’ Zoo in Arnhem. In figuur hieronder is een voorbeeld gegeven welke sport en overige activiteiten en hoeveelheden hiervan in de binnentuin kunnen worden gesitueerd.

Hierbij is geen rekening mee gehouden dat de binnentuin rond is en hierdoor misschien niet de hier onder getoonde hoeveelheid aan voorzieningen kan worden gesitueerd. De hieronder getoonde voorzieningen komen redelijk overeen met de zwem, sport en horecavoorzieningen wat Nederland nu in gebruik heeft 13. Ruimte voor golfbanen, racebanen, maneges, skiën en watersportvoorzieningen voor surfen, roeien, plezierjachthavens etc, worden buiten de woonwijk gedaan en komt hier nog bij.


De zijkant en het dak van de ronde woonwijken zijn volledig voor zien van zonnecelramen, waarbij elk raam apart de transparantie van het glas met gebruik van sensoren en handbediening op elk gewenst moment van de dag naar wens kan worden ingesteld. De zonnecelramen voorzien samen met het aardwarmte (warmwaterbuizen) systeem in de totale behoefte aan energie van de woonwijk. Dit is inclusief de auto’s en het openbaar vervoer in de stad en exclusief energie wat nodig is voor de lichte industrie in de woonwijk (zie hoofdstuk 6). Het dak kan naast opvangen van zonne-energie om in de behoefte aan stroom te voorzien ook worden gebruikt om voldoende regenwater op te vangen (zie hoofdstuk 3). In warme landen kan het dak gebruikt worden als zonnescherm om het in de tuin koel te houden. In landen waar het veel regent zorgt het dak ervoor dat de binnentuin altijd droog blijft.
---------------------------------------------------------------

3. Water

Beschikbaarheid van schoon drinkwater is een van de kernwaarden voor duurzame menselijke samenleving. Dit water wordt gewonnen uit regen, bronnen en toegang tot lokale rivieren en meren. Ondanks dat 70% van de aardoppervlakte uit water bestaat is in steeds meer gebieden een tekort aan zuiver drinkwater. Om een tekort aan schoon drinkwater te voorkomen is bij steeds meer steden belangrijk om verdamping en nodeloos verdwijnen van gezond water tot een minimum te beperken door het in stand houden van een natuurlijk circulair systeem waarin ook zuivering verwerkt zit.
In Nederland gebruiken mensen nu gemiddeld ongeveer 125 liter water per dag. Door gebruik van waterbesparende toiletten en overige voorzieningen kan dit worden beperkt tot 100 liter dag. Voor zuivering van dit water worden in Nederland nu meestal traditionele waterzuiveringsinstallaties gebruikt zoals in de foto links hieronder is te zien. Dit zijn grote kostbare systemen die veel energie gebruiken. Om stankoverlast te voorkomen moet ongeveer een kilometer ruimte tussen woonwijken en deze vorm van waterzuiveringsinstallaties worden aangehouden.


Door István Kenyeres bij Bioplus14 in Hongarije is een nieuw systeem voor het zuiveren van water ontwikkeld. Bij dit systeem is het mogelijk om met een botanische tuin (zie foto rechts hierboven) van 400 m2 het water voor een woonwijk met 10.000 inwoners te zuiveren (zie ook deze video bij 36:30)15. Voor woonwijken met andere aantallen inwoners kan de grote van de botanische tuin naar rato worden aangepast. Dit systeem is goedkoper en gebruikt minder energie dan bestaande waterzuiveringsinstallaties. Bij dit systeem is geen sprake van stankoverlast en kan in de woonwijk worden gebouwd. Mensen kunnen bij dit systeem een kop koffie op een terras in de botanische tuin nemen zonder te merken dat daar ook nog rioolwater wordt gezuiverd. En fosfor en andere belangrijke dingen uit het water wordt gehaald die weer kunnen worden hergebruikt.

Rioolwaterzuiveringsinstallaties gebruiken nu veel energie en hebben te maken met slib. Dit bestaat onder andere uit menselijke ontlasting en wc-papier etc. In het kader van CO2-reductie zetten steeds meer waterzuiveringsbedrijven dit slib om in bio-energie. De opbrengst van bio-energie is voldoende om in de behoefte aan energie van de waterzuiveringsinstallaties te voorzien. Dit geldt ook voor de botanische tuin voor het zuiveren van water. Bij het berekenen van hoeveel energie er voor zoveel mogelijk zelfvoorzienende woonwijken nodig is. En hoeveel windmolens etc. er nodig zijn om in deze behoefte aan energie te voldoen wordt hier rekening mee gehouden (zie hoofdstuk 6).

Door Albert Jansen is bij TNO een nieuw soort membraam ontwikkeld waarmee regenwater omgezet kan worden in drinkwater16. Dit systeem is goedkoper dan traditionele waterzuiveringsinstallaties, het gebruikt bijna geen energie en kan zonder problemen voor overlast in woonwijken worden toegepast. Dit systeem kan worden uitgevoerd met een reservoir om droge periodes van bijvoorbeeld 6 weken te overbruggen. Om in Nederland met dit systeem voldoende regenwater op te kunnen vangen is een oppervlakte van 2% van het land nodig. De daken van de ronde gebouwen in de Groene stad hebben een oppervlakte van 3% van het land in de stad en kunnen voor opvang van het regenwater zorgen.
-------------------------------------------------------------

4. Voedsel

Voor de bouw van gezonde duurzame steden is het nodig dat de productie van voedsel zo dicht mogelijk bij de consument gemaakt wordt. En niet meer net als nu vaak het geval is op hele grote afstand van consumenten wordt geproduceerd. Dit uitgangspunt is in lijn met het advies van de Verenigde Naties om voor voedselzekerheid in de stad te zorgen. De laatste jaren zien we dat steeds meer steden dit advies opvolgen en ook voor productie van voedsel in de stad zorgen.

Om te kunnen berekenen hoeveel m2 grond en gebouwen voor productie van voedsel nodig is moet bepaald worden wat de menukeuze is, welke productiemethode hiervoor wordt gebruikt en met welke lokale omstandigheden rekening mee gehouden moet worden. Zo is bijvoorbeeld voor een vegetarisch menu (zonder vlees, melk en eieren) bij gebruik van permacultuur en op dit moment in Nederland meest gebruikte productiemethode ongeveer 400 m2 per persoon nodig. Voor een  gemiddeld westers menu met vlees, melk en eieren is ongeveer driemaal zoveel grond nodig om dit te kunnen maken.

In bijlage 3 is op basis van gegevens van FAO17 weergegeven wat voor alle mensen over de hele wereld, China, Europa, Amerika en Nederland nu gemiddeld per jaar aan voedsel beschikbaar is. Fruit wordt voor een groot deel gebruikt voor het maken van vruchtendranken. En melk wordt voor een groot deel gebruikt voor de productie van kaas (10 liter melk voor 1 kilo kaas), boter en cream. Voor berekenen van het aantal m2 grond wat voor productie van dit voedsel nodig is wordt hierbij uitgegaan wat een gemiddelde Nederlandse boer nu volgens CBS per hectare aan voedsel maakt. En als voedsel niet in Nederland gemaakt kan worden wat nu per type gewas gemiddeld per hectare over de hele wereld gemaakt wordt. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van gegevens van Our World in Data18.


Voor berekenen hoeveel m2 grond voor productie van vlees en eieren nodig is wordt rekening gehouden met rechts hierboven getoonde normen voor voedselconversie. Hierin is te zien dat voor productie van bijvoorbeeld 1 kilo rundvlees 8,7 kilo veevoer nodig is. Voor de hoeveelheid m2 grond wat voor productie van veevoer nodig is wordt hier uitgegaan van graan wat in Nederland een opbrengst van 0,83 kg per m2 heeft. De productie van graan per m2 delen door de voedsel conversie norm levert de uitkomst van de productie aan vlees en eieren per m2 per jaar op. Bij productie van melk is rekening gehouden met links hierboven getoonde norm omdat hier hoofdzakelijk gras en snijmais voor nodig is in plaats van graan19. Bij productie van vis is uitgegaan van voedselconversie factor van 1,2 wat nodig is bij Zalm.

Volgens organisatie Plantlab20 die in Nederland onderzoek doet naar mogelijkheden om gewassen met behulp van speciale belichting in gebouwen te kweken. Is het mogelijk om 150 kilo groente en fruit wat mensen per jaar nodig hebben op ongeveer 2 m2 ruimte per persoon te maken. In het ontwerp van de Groene stad wat in hoofdstuk 2 wordt besproken is hier rekening mee gehouden. In principe is het mogelijk om alle gewassen in speciaal hiervoor gemaakte gebouwen te kweken.  Echter hiervoor moet nog veel onderzoek worden gedaan voor dat dit financieel rendabel is.

Met de beschikbare ruimte voor landbouw in de Groene stad kan naast groente en fruit ook in de behoefte aan brood (graan) en aardappelen worden voorzien. Voor productie van veevoer, koffie, wijn etc. is aanvullend nog grond buiten de stad nodig om hierin te kunnen voorzien.
------------------------------------------------------

5. Transport

Internet staat vol met foto’s en video’s over vliegende auto’s en steden van de toekomst met een enorm groot transportsysteem. Ook in het boek ‘Operation survival earth’ wordt een groot vervoersysteem beschreven (zie tekeningen hieronder). Dit systeem bestaat uit een autoweg met 6 rijbanen op de grond. In het midden een railsysteem met 12 banen voor auto’s. En op de bovenste laag 6 spoorlijnen. Dit vervoersysteem heeft een capaciteit van ongeveer 100.000 mensen per uur. Bij berekening hiervan wordt uitgegaan van maximaal 2.500 auto’s met gemiddeld 1,4 passagiers per rijbaan per uur. En dat op elke spoorlijn iedere 2 minuten een trein met 200 passagiers langs komt. Op basis van informatie van Skyway 21 en vergelijkbare systemen kost dit systeem met het huidige gebruikelijke kwaliteitsniveau naar schatting ongeveer 200.000 dollar per strekkende meter. Dit klinkt erg veel maar is gelet op de geringe hoeveelheid wat hier van nodig is goedkoper dan wat Nederland nu aan infrastructuur heeft.


Het vervoersysteem wat hierboven staat ziet voor de meeste mensen nu nog steeds futuristisch uit. Echter in 1973 bestond al een systeem wat hierop lijkt 22. De capaciteit wat hierboven is genoemd is misschien nodig bij steden met veel meer dan 10 miljoen inwoners. Bij de meeste steden is deze capaciteit veel te groot. Als rekening mee wordt gehouden dat bij de steden die in dit rapport worden besproken ongeveer driekwart van de mensen in hun eigen woonwijk werken en jongeren bijna alleen maar in hun eigen woonwijk naar school toe gaan. Is bij kleine steden alleen de 6 rijbanen op de grond en gebruik van financieel het meest aantrekkelijke openbaar vervoersysteem23 voldoende. Bij steden met een miljoen inwoners is deze capaciteit te klein en is ook een dubbele Skyway spoorlijn boven de autoweg nodig. De kosten hiervan zijn vermoedelijk ongeveer 30.000 dollar per strekkende meter.

De kavels bij de Groene stad hebben een omtrek van 32 kilometer. Hierop bevinden zich 16 stations, waar aan beide kanten van het railsysteem 2 woonwijken met 10.000 inwoners op zijn aangesloten. De loopafstand vanaf deze woonwijken naar deze stations is gemiddeld ongeveer 4 minuten. De treinen die op dit railsysteem rijden hebben een capaciteit van ongeveer 200 passagiers (lengte van 50 meter). Dit is ongeveer tweemaal zoveel als wat Nederland nu aan stadsbussen heeft. Nederland heeft nu ongeveer 1 stadsbus per 10.000 inwoners in gebruik die ongeveer 1 keer per half uur ergens langs rijd. Als de treinen in de Groene stad met een snelheid van 50 kilometer per uur rijden komt iedere 3 minuten een trein bij een station aan. Bij 80 kilometer per uur komt iedere 2 minuten een trein bij een station aan. Sky-city is groot genoeg om een eigen (metro)station te hebben. Mini Sky-city is te klein hiervoor en moet met een paar gebouwen samen gebruik van een station maken.

Bij duurzame steden die in dit rapport zijn beschreven is het belangrijkste vervoermiddel niet een vliegende auto of iets anders wat er leuk uit ziet maar de benenwagen en de fiets. Dit is gezond, mensen moeten minimaal 30 minuten per dag lopen. Gebruik van gewone auto’s gebruikt nu al te veel energie en is bij gebruik van grote aantallen mensen niet efficiënt. Vliegende auto’s en al dit soort systemen gebruiken nog veel meer energie en zijn bij gebruik door grote aantallen mensen ook niet efficiënt.
------------------------------------------------------------

6. Energie

We zijn omringd door enorme hoeveelheden energie dat beschikbaar is in overvloed als we er toegang toe ontwikkelen. Naast gebruik van windmolens en conventionele zonnepanelen kan ook met gebruik van naar wens instelbare zonnecelramen in de behoefte aan energie worden voorzien. Ook het gebruik van bio-energie van afvalwaterzuiveringsinstallaties en ingezamelde afval kan een bijdrage leveren in het voorzien van de behoefte aan energie. De belangrijkste bron voor koude en warmte komt met gebruik van een waterbuizen systeem van diep onder de grond via geothermale energie. Naast deze vormen van duurzame energie kan ook gebruik worden gemaakt van getijdenstroom en een groot aantal andere alternatieven. Voor de leesbaarheid van dit rapport worden alleen de 4 hieronder getoonde vormen van duurzame energie besproken.


De eerste stap wat in dit rapport wordt gedaan is bekijken hoeveel energie de 3 ontwerpen van zoveel mogelijk zelfvoorzienende woonwijken die in dit rapport worden besproken gebruiken. Tweede stap is bekijken hoeveel er op energiegebruik bespaard kan worden. Bij de derde en laatste stap wordt bekeken hoeveel windmolens en zonnepanelen etc. nodig zijn om in deze behoefte aan energie te kunnen voorzien. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op wat het bouwen van deze systemen kost.

De hoeveelheid benodigde energie is afhankelijk van vele variabelen als ook de geïntegreerde vorm van de stad om met zonlicht, seizoenen, e.d. om te gaan. Voor informatie over hoeveel energie huishoudens, kantoren, winkels, scholen, ziekenhuizen, zwembaden etc. nu in Nederland gebruiken en hoeveel hier op gebruik van energie bespaard kan worden. Wordt uitgegaan van gegevens van onderzoeksbureau Senternovem24, Energie Centrum Nederland25 en Urgenda26. Hierbij wordt ook een vergelijking gemaakt met het energiegebruik van het airconditioning systeem van de Broad Group.
------------------------------------------------

In bijlage 4 is voor alle 3 de woonwijken die in dit rapport worden besproken een berekening opgenomen van de hoeveelheid energie wat deze woonwijken met huidig gemiddeld gebruik ongeveer aan energie zouden gebruiken als ze in Nederland zouden bestaan. Dit is te zien in kolom met scenario hoog.

In kolom met scenario laag wordt in lijn met verwachting van organisatie Urgenda ervan uitgegaan dat huishoudens 30% op hun energiegebruik kunnen besparen door gebruik van LED-lampen en nieuwe apparatuur met een A-label te maken en het gebruik voor standby-stroom te verminderen. Voor stroomgebruik van kantoren, winkels en overige publieke ruimtes wordt uitgegaan van gegevens van Senternovem wat de 20% zuinigste gebouwen nu in Nederland gebruiken. Dit is in lijn met  onderzoeksresultaten van ECN wat nieuwe grote publieke gebouwen gebruiken.

Kantoren bijvoorbeeld gebruiken in dit scenario gemiddeld nog maar 30 kWh per m2 per jaar. Supermarkten en horecagelegenheden gebruiken aanzienlijk meer. Rekening houdende met het aandeel wat de verschillende voorzieningen in het gebruik van de oppervlakte van de publieke ruimte in de nieuwe gebouwen maken, komt het gemiddelde energiegebruik hiervoor op ongeveer 40 kWh per m2 per jaar. Hier moet nog gebruik van energie voor verwarmen van ruimtes en water worden opgeteld.
Voor gebruik van energie voor verwarmen en koelen van ruimtes wordt in het lage scenario rekening mee gehouden dat nieuwe gebouwen veel beter worden geïsoleerd dan bestaande gebouwen. Voor het bepalen hoeveel energiezuiniger nieuwe gebouwen hierdoor zijn wordt hier uitgegaan van gegevens van Senternovem en ECN over bestaande gebouwen in Nederland. De behoefte aan energie wat voor verwarmen en koelen van nieuwe gebouwen nog overblijft wordt in dit rapport niet met gebruik van aardgas of stookolie maar met gebruik van aardwarmte in voorzien.

Het stroom gebruik wat hiervoor nodig is bestaat met name uit het laten draaien van een pomp om op koude dagen warmwater uit de aarde op te pompen en koud water weer terug in de aarde te pompen. En op warme dagen koud water uit de aarde op te pompen en warm water weer terug in de aarde te pompen. Voor het bepalen wat dit aan besparing op energiegebruik oplevert wordt hier uitgegaan van de meest voorzichtige opgave van TNO27 en Platform Geothermie28 (dit is factor 15, hoogste opgave is factor 20).

Bij berekening van energiegebruik voor verwarmen en koelen van ruimtes is in dit rapport nog geen rekening mee gehouden dat bij het bouwsysteem van Broad Goup standaard al gebruik van 4 lagen glas en overige extra isolerende middelen wordt gemaakt. Hier is ook nog geen rekening mee gehouden dat door gebruik van smalle diepe woningen en overige units de oppervlakte van de buitenmuren tot een minimum kan worden beperkt en hierdoor ook minder energie nodig is. Reden hiervoor is dat bij de auteur van dit rapport niet duidelijk is hoeveel energiebesparing dit oplevert.

Bij het midden scenario worden ruimtes niet met gebruik van aardwarmte verwarmt en gekoeld maar met gebruik van speciaal door Broad Group ontwikkelde energiezuinige airconditioning systeem. Het energiegebruik van 70 respectievelijk 40 kWh per m2 per jaar hiervoor is gebaseerd op opgave van de Broad Group. Ondanks dat hun aircosysteem zuinig in energiegebruik is levert gebruik van geothermie de meeste besparing voor energiegebruik op.

Door het geothermie systeem ook te gebruiken voor het verwarmen van water voor douchen en het zwembad etc. wordt het energiebesparende effect van dit systeem vergroot. In dit rapport wordt gerekend met rendement factor 3 voor verwarmen van douchewater en factor 15 voor het verwarmen van water voor een zwembad. Reden hiervoor is dat bij een zwembad het water minder hoog verwarmd hoeft te worden als bij douchewater. Afhankelijk van de installatie en lokale omstandigheden kan ook voor verwarmen van het douchewater met de besparingsfactor 15 of 20 gerekend worden. Hier staat tegenover dat in bepaalde gebieden voor verwarming van de ruimtes extra energie nodig is voor het ‘bijwarmen’ hiervan omdat de geothermie installatie niet genoeg warmte afgeeft.

Voor productie van voedsel met gebruik van LED-verlichting en aquaponics wordt in dit rapport vanuit gegaan dat gemiddeld ongeveer 1 kWh per kg voedsel per jaar nodig is. Tevens wordt hiervan uit gegaan dat 150 kg groente, fruit en vis per persoon per jaar in de woonwijken zelf wordt gemaakt. Voor het zuiveren van water wordt in het hoge scenario van energiegebruik ervan uitgegaan dat geen gebruik van bio- energie wordt gemaakt en in het lage scenario wel gebruik van bio-energie wordt gemaakt en geen windmolens of andere energielevering systemen meer nodig zijn.
--------------------------------------------

Voor berekening van het stroomgebruik van elektrische auto’s is onder andere uitgegaan van informatie van deze site29. Het energiegebruik voor auto’s is afhankelijk van het merk en type auto, rijstijl, hoeveel kilometer er paar jaar mee gereden wordt en de lokale omstandigheden. In het scenario hoog wordt uitgegaan van het aantal auto’s wat Nederland nu per hoofd van de bevolking heeft, dat met een gemiddelde auto 15.000 kilometer per jaar gereden wordt en hiervoor 2.500 kWh per auto per jaar nodig is. Hierbij is geen rekening mee gehouden dat bij de productie van auto’s meer energie wordt gebruikt als wat een gemiddelde auto gedurende zijn totale levensduur gebruikt. En het dus belangrijk is om ervoor te zorgen dat zo min mogelijk auto’s worden gemaakt. Bij het lage en midden scenario wordt ervan uitgegaan dat nog maar 1/12 deel van de auto’s nodig is en dat deze auto’s gemiddeld ongeveer 3 keer zoveel worden gebruikt als wat een gemiddelde auto nu wordt gebruikt. Bij Mini Sky-city is van 2 maal het minimumaantal auto’s uitgegaan omdat dit gebouw te klein is om in hoge mate zelfvoorzienend te zijn. Bij berekening van energie voor openbaar vervoer is een vergelijkbare werkwijze toegepast.

Windmolens, zonnepanelen, zonnecelramen en overige duurzame energiesystemen leveren niet constant en vaak ook op een ander moment energie op dan dat er behoefte aan stroom is. Voor het opvangen van dit probleem wordt in dit rapport ervan uitgegaan dat gebruik van een netwerk wordt gemaakt. Waarbij woonwijken de productie en gebruik van energie slim met elkaar delen. Volgens informatie van Urgenda gebruikt dit netwerk ongeveer 3% van het totale energiegebruik gebruik.

Bij berekening van het energiegebruik wordt in dit rapport geen rekening mee gehouden dat er ook nog energie nodig is voor industriële productie, vliegtuigen, boten, vrachtverkeer, vervoer buiten de stad etc. Reden hiervoor is dat dit buiten het bestek valt voor het plan wat in dit rapport wordt beschreven. Volgens Eurostad gebruikt de industrie ongeveer 45% van het totale energiegebruik in Europa. Volgens onderzoek van organisatie Urgenda kan de industrie door gebruik te maken van energiebesparende technieken in 15 jaar haar energiegebruik met 50% verlagen. De behoefte aan energie van de industrie wat na deze besparing overblijft kan op een duurzame manier in worden voorzien.

Bij de 3 ontwerpen voor nieuwe vorm van stedenbouw die in dit rapport worden besproken is te zien dat door gebruik van energiebesparende maatregelen het energiegebruik met 70% kan worden verlaagd.

Voor het voorzien in de behoefte aan energiegebruik wat over blijft kan gebruik gemaakt worden van zonnepanelen. In dit rapport wordt gerekend met zonnepanelen die 285 Wp opleveren en een veiligheidsmarge van 15%. Hierdoor zijn in Nederland voor de productie van bijvoorbeeld 24 miljoen kWh per jaar ongeveer 100.000 zonnepanelen nodig. In landen met meer zon zijn minder panelen nodig.

In plaats van zonnepanelen kan ook gebruik gemaakt worden van zonnecelramen30. Deze techniek kan gecombineerd worden met ramen waarbij met gebruik van sensoren en handbediening (eventueel met gebruik van afstandsbediening) op elk gewenst moment van de dag de transparantie van de ramen naar wens kan worden veranderd 31. De behoefte hiervoor kan bestaan uit de wens voor privacy en het weren van zonlicht als dit te fel schijnt, zodat ruimtes niet te warm worden. Hierdoor is geen gebruik van gordijnen, lamellen en zonneschermen meer nodig. Voor het berekenen in welke mate de 3 ontwerpen van nieuwe vorm van stedenbouw met gebruik van zonnecelramen in hun behoefte aan energie kunnen voorzien. Wordt in dit rapport op basis van gegevens van universiteit Oxford ervan uitgegaan dat de te
gebruiken zonnecelramen een rendement van 20% hebben32. En dat het rendement bij gebruik van dit systeem bij daken 100% van deze 20% is. De zonnecelramen leveren ook energie op als daar niet direct de zon op schijnt. De energieopbrengst is hierbij dan wel lager. Op advies van ECN wordt als correctie hiervoor het rendement bij gebruik van dit systeem bij verticale ramen verlaagd naar 53% van de 20%.

Om 24 miljoen kWh stroom per jaar op te leveren is bij de Groene stad 160.000 m2 zonnecelramen nodig. Deze oppervlakte aan zonnecelramen heeft de Groene stad beschikbaar en kan dus voor 100% met gebruik van zonnecelramen in haar behoefte aan stroom worden voorzien.

Bij andere ontwerpen is gebruik van windmolens nodig. Moderne windmolens leveren 3 MW stroom per uur op en draaien in Nederland gemiddeld 2.200 uur per jaar. Voor de productie van bijvoorbeeld 24 miljoen kWh per jaar zijn afgerond 4 windmolens nodig om in deze energiebehoefte te voorzien.
-------------------------------------------------------

7. Bouwkosten

Voor het bouwen van de woonwijken wordt in bijlage 5 van dit rapport ervan uitgegaan dat de gebouwen worden gemaakt met het bouwsysteem van de Broad Group. Hierbij worden onderdelen in een fabriek gemaakt, met een vrachtwagen naar de bouwplek gebracht en daar gemonteerd. Volgens prijsopgave van Broad Group zijn de kosten bij een bouwhoogte van 3 meter per verdieping ongeveer 865 dollar per m2. Bij een bouwhoogte van 3,6 meter per verdieping zijn de kosten per m2 ongeveer 10% hoger.

Voor kosten van zonnepanelen wordt hier uitgegaan van gemiddeld ongeveer 400 dollar per paneel. Dit is inclusief kosten voor de omvormer, montagematerialen en plaatsen. En exclusief eventueel de kosten voor grond waar ze op geplaatst worden en BTW. In Nederland zijn zonnepanelen BTW vrijgesteld.

Voor kosten van windmolens op land wordt hier uitgegaan dat de kosten gemiddeld ongeveer 4,5 miljoen per stuk zijn. Dit is inclusief de kosten voor grond, vergunningen, plaatsen en begeleiding etc.

Voor de kosten van de geothermische installatie wordt hier uitgegaan van informatie van TNO en Platform Geothermie over een installatie die in Den Haag is geplaatst. Dit koste inclusief BTW ongeveer 17 miljoen en heeft een capaciteit voor 10.000 inwoners.

Voor de kosten van het waterzuivering systeem wordt hier uitgegaan van een nieuwbouwproject van een gewone waterzuiveringsinstallatie33. Dit is 105 miljoen euro voor 350.000 VE. Een meerpersoonshuishouden is 3 VE. Omgerekend zijn de kosten hiervan voor een woonwijk met 10.000 inwoners ongeveer 4 miljoen. Kosten van een botanische tuin voor waterzuivering zijn lager dan dit systeem.

Voor de kosten van zwem- en sportfaciliteiten wordt hier uitgegaan van wat de nieuwbouwkosten van een overdekt zwembad en professionele sportvoorzieningen zoals die op pagina 12 staan in Nederland zijn. De kosten hiervan zijn omgerekend in een vast bedrag van ongeveer 400 per persoon.

Voor de kosten van de fundering en grondwerk wordt hier uitgegaan van een afstudeeropdracht voor de Technische Universiteit Delft34 en dat de gebouwen bij het hier gebruikte bouwsysteem volgens opgave van de Broad Group 3 tot 5 keer lichter zijn dan bij andere hoogbouwprojecten.
------------------------------------------------------

8. Geld en economie

In 2016 heeft de auteur van dit rapport samen met collega econoom Ad Broere een rapport met de titel ‘Naar een dienstbaar financieel stelsel voor iedereen’35 geschreven. In 2017 is dit plan met de Nederlandse overheid besproken. Hieronder worden een paar belangrijke punten uit het hiervoor genoemde rapport beschreven die voor uitvoering van plan ‘Operation survival earth’ van belang zijn.

Sinds de financiële crisis in 2008 heeft de centrale bank van Amerika (FED), naast 700 miljard dollar voor een ‘reddingsoperatie’ van banken en een Quantitative Easing (QE) beleid waar 85 miljard dollar per maand mee in omloop werd gebracht. Ook nog een ‘bailout’ operatie met een bedrag van 16 biljoen dollar gehouden36 en een bedrag 9 biljoen dollar ‘verloren’37. Met deze laatste twee bedragen (samen 25 biljoen dollar) zou voor meer dan 300 miljoen mensen (bijna de hele bevolking van Amerika) een Groene stad gebouwd kunnen worden. Dit compleet met bijbehorende basispakket aan infrastructuur en productiemiddelen wat mensen nodig hebben om op lokaal niveau in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Hieruit blijkt duidelijk dat er geen tekort aan geld is, maar een gebrek aan politieke wil is om een goed beleid te voeren.

In Europa zien we hetzelfde fenomeen. De Europe Centrale Bank (ECB) brengt met haar QE-beleid 80 miljard euro per maand in omloop. Hier kan 100 ringgebouwen van de Groene stad per maand mee gebouwd worden. Compleet met bijbehorende basispakket aan infrastructuur en productiemiddelen wat mensen nodig hebben om op lokaal niveau in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Hier kan het armoedeprobleem van een miljoen mensen per maand mee opgelost worden. In de periode van 2008 tot 2017 had Europa hier het armoedeprobleem voor 100 miljoen mensen mee op kunnen lossen. Hieruit blijkt duidelijk dat er geen tekort aan geld is, maar een gebrek aan politieke wil om het te doen.

Groot aantal bekende financiële specialisten geven aan dat zij verwachten dat mede als gevolg van de enorme schuldenberg het financiële systeem binnen enkele jaren in elkaar klapt. En de centrale bank van Amerika (FED) en Europa (ECB) nu geen mogelijkheden meer hebben om het systeem te ‘redden’.

Meest eenvoudige oplossing voor dit probleem is de wet veranderen dat de overheid zelf schuld en rentevrij geld in omloop mag brengen en private banken geen schuld en rentedragend geld meer in omloop mogen brengen. Voordeel om dit te doen is dat hier de staatsschuld van alle landen (65 biljoen dollar) mee kan worden opgelost. En de overheid daarnaast ook nog schuld en rentevrij geld in omloop kan brengen om hier een deel van haar uitgaven mee te doen zonder hier belasting voor te hoeven heffen. In plaats hiervan kan de overheid hier ook net zoveel schuld en rentevrij geld mee in omloop brengen, als wat nodig is om hier net zoveel mogelijk zelfvoorzienende woonwijken mee te bouwen, als wat nodig is om het armoedeprobleem over de hele wereld op te lossen. In het Chicagoplan38 van het IMF is dit plan nader uitgewerkt. Dit idee wordt onder andere door organisatie Positive Money 39 gepromoot. In bijlage 6 van dit rapport is een vereenvoudigd voorbeeld opgenomen waarin is te zien dat de overheid met toepassen van een eenvoudige administratieve handeling de  staatsschuld weg kan poetsen zonder dat dit ten koste van spaargeld van mensen hoeft te gaan. Ook hieruit blijkt duidelijk dat het tekort aan geld niet het probleem is, maar gebrek aan politieke wil om het te doen.

Alternatief is het invoeren van een nieuw soort Volksbank. Hierbij wordt een variant op de Glass-Steagall act 40 toegepast. Waarbij niet alleen banken worden gesplitst in nuts en zakenbanken, maar de hele financiële sector wordt gesplitst in een grote publieke/ coöperatieve Volksbank die de functie van nutsbank krijgt toebedeeld en van de rest relatief kleine zakenbanken wordt gemaakt. Naast de nieuwe Volksbank mogen nog private financiële organisaties blijven bestaan. Bedoeling is dat deze organisaties zich bezighouden met leveren van maatwerkproducten en beleggingen met een hoger risico. Als deze organisaties te groot worden moeten ze worden gesplitst. Bij overgang van het huidige naar het nieuwe systeem kan een variant op het Chicagoplan worden toegepast. Hierdoor is het mogelijk om net als in IJsland een deel van de hypotheken en eventueel ook overige problematische schulden kwijt te schelden. Zonder dat dit ten koste van pensioen en overige spaarders hoeft te gaan.
-------------------------------------------------

Door invoeren van de Volksbank kan de rente worden beperkt tot de gemiddelde loon/prijsstijging, wat als compensatie voor inflatie aan spaarder wordt gegeven en een marge van gemiddeld minder dan 1% per jaar om de kosten van de bank te dekken. De Volksbank kan met deze marge genoeg winst maken om hier de door de samenleving gewenste economische groei per jaar mee mogelijk te kunnen maken.
En het aandeel eigen vermogen op 5% van haar balanstotaal te houden.

Bij geldschepping door de overheid zijn mensen op lokaal niveau afhankelijk van het beleid wat politici (op landelijk niveau) voeren. Bij de Volksbank kunnen mensen op lokaal niveau net als nu met het zetten van een handtekening onder een lening contract zelf geld scheppen. In plaats van verstrekken van leningen kan de Volksbank ook verschillende varianten op het goudsmidmodel toepassen, wat Europa een lange tijd voor het huidige bankteem heeft toegepast.

De Volksbank is bedoeld als een variant op Mondragon41. Bij Mondragon moeten mensen net als in Nederland en Singapore voor een deel van hun inkomen verplicht pensioensparen. Enerzijds bevordert dit de stabiliteit van het systeem. Anderzijds levert dit genoeg spaargeld op dat hiermee de afhankelijkheid van de rijkste 1% van de bevolking kan worden doorbroken. En kan het goudsmidmodel niet alleen voor dagelijkse transacties maar ook voor alle benodigde investeringen worden toegepast.

In plaats van verstrekken van leningen kan de Volksbank hierdoor ook schuld en bijna rentevrij geld in omloop brengen om de steden die in dit rapport worden besproken te laten bouwen. En deze steden inclusief infrastructuur en productiemiddelen etc. als relevante activa op de linkerkant van haar balans zetten (zie ook bijlage 6). En mensen een eerlijke lease/huurprijs in rekening brengen voor het gebruik van deze voorzieningen. Met toepassen van een variant op deze manier van werken - wat ook wel ‘sale and lease back’ wordt genoemd - kan ook de staatsschuld worden opgelost zonder dat ten koste van spaarders hoeft te gaan. De overheid verkoopt hierbij als het ware publiek bezittingen aan de Volksbank en lost met de opbrengst hiervan de staatsschuld af. De publieke bezittingen blijven hierbij in publieke handen. Ook hier is duidelijk te zien dat geld geen probleem is, maar de politieke wil om het doen.

Voor het opstarten van de lokale economie kan in de nieuwe steden gebruik gemaakt worden van de ‘Big bang methode’. Bij de big bang methode wordt een grote groep bedrijven en overige organisaties tegelijk opgezet en worden mensen die hier werken bij elkaar klant. Dit is een antwoord op de vicieuze cirkel: ‘Reden waarom wij arm en werkloos zijn, is dat wij arm en werkloos zijn’. Mensen die zeggen dat dit idee in praktijk niet haalbaar is vergeten hierbij een belangrijk punt te melden. Namelijk dat er nergens staat dat het verboden is om de grote complex  werkelijkheid te splitsen in overzichtelijke behapbare eenheden met een menselijke maat. Dit kan bijvoorbeeld door nieuwe steden op te bouwen uit een netwerk van zoveel mogelijk (coöperatieve) zelfvoorzienende woonwijken voor bijvoorbeeld 10.000 inwoners per stuk. Met daar tussen grote groene gebieden. En bestaande steden hiernaar toe om te vormen. 

Belangrijk punt hierbij is dat woonwijken enerzijds klein genoeg moeten zijn om mensen voldoende het gevoel te geven dat ze onderdeel van de lokale gemeenschap zijn. En woonwijken anderzijds groot genoeg moeten zijn om in voldoende mate zelfvoorzienend te kunnen zijn. Met actief beleid kan de ‘onzichtbare hand’ van Adam Smith verder nog een handje worden geholpen om daar waar het nodig is de conomie versneld tot ontwikkeling te brengen.

De overheid van China wil graag snel de levensstandaard van een miljard mensen in China fors verhogen en vermoedelijk ook de leidende rol van Amerika in de wereld overnemen. Het plan wat in dit rapport staat kan hier een belangrijke bijdrage voor leveren. China heeft al een publieke Volksbank en hoeft hierdoor maar een kleine aanpassing te doen om het plan wat in dit rapport staat uit te kunnen voeren. Het enige wat de Broad Group en andere belanghebbenden hiervoor hoeven te doen is dit plan bij de juiste mensen bij de overheid in China, de AIIB42 en eventueel ook BRICS-landen te promoten.

De naam Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) klopt niet helemaal. Bij de opricht en verstrekking van het eigenvermogen van deze bank zijn ook westerse landen betrokken. Beter is om de naam van de AIIB te veranderen in All Infrastructure Investment Bank. En de definitie van infrastructuur te veranderen van wegen naar complete zoveel mogelijk zelfvoorzienende woonwijken zoals die in dit rapport zijn beschreven. Compleet met bijbehorende basispakket aan infrastructuur en productiemiddelen. En de status van deze bank te upgraden naar Wereldbank 2.0. Hierdoor kan een progressie van de Verenigde Naties worden gemaakt naar VN 2.0.

----------------------------------------------------

Bijlage 1: Samenvatting vergelijking




Bijlage 2: Gebouw layout samenvatting



Bijlage 2.1: Gebouw layout Sky-city


Bijlage 2.2: Gebouw layout Mini Sky-city


Bijlage 2.3: Gebouw layout Groene stad (ringgebouw)


Bijlage 3: Voedsel


Bijlage 4.1: Energie gebruik Sky-city


Bijlage 4.2: Energie gebruik Mini Sky-city


Bijlage 4.3: Energie gebruik Groene stad


Bijlage 5: Bouwkosten


Bijlage 6: Voorbeeld balansen voor financiering